Kwintet Goed Koper |
|
|
De Jazzophonen andere saxofoonvormige en dubbele-bekertrompetten
De Jazzophon De Normaphon Andere saxofoonvormige trompetten Andere trompetten met een dubbele beker Andere saxofoonvormige instrumenten Bronnen, links en contact De Jazzophon, ik liep er begin 2010 tegenaan toen Gertjan Hos uit Assendelft er een te koop aanbood. Vlak na de oorlog meegenomen door de oom van een vriend die voor de Arbeitseinsatz in Duitsland had gewerkt. Er was er nog één elders op de wereld, meende hij te weten, in Amerika.
Jazzophon gemarkeerd Jazzophon D.R.G.M. 995.305 op de demper en C.A.Wunderlich Siebenbrunn Vogtl. op de zijkant van de open beker. Vernikkeld. Klep en hendel werden vernieuwd in 2002 door Helmuth Voigt in Markneukirchen. Coll. Gerard Westerhof De Jazzophon is een vrijwel vergeten instrument. Jazzophons werden gebouwd tussen 1925 en 1930. De meeste Jazzophons zijn trompetten in de vorm van een saxofoon met een dubbele beker. De ene beker klinkt als een gewone trompet, de andere als een gestopte trompet. In een optreden op 3 juli 2011 laat Scott Robinson de mogelijkheden van de Jazzophon horen. De Jazzophon heeft, net als een gewone trompet, drie ventielen plus een vierde die ondersteboven zit. Indrukken van dat extra ventiel (met de duim van de linkerhand) stuurt de lucht en het geluid door de tweede beker. Op die beker zit een demper en een wah-wah-klep aan een hendeltje. Het mondstuk is een trompetmondstuk. Het instrument werd bedacht in de jaren twintig van de vorige eeuw, als een goedkope variant op de toen razend populaire saxofoon. De Jazzophon werd echter geen succes, net als veel andere nieuwbedachte saxofoonachtige instrumenten uit die tijd. Verdween hij omdat Hitler-Duitsland de jazz geen warm hart toedroeg of omdat de crisis toesloeg? Of was er te weinig geschikte muziek en was hij lastig te bespelen? Het is niet helemaal duidelijk. De Musikwinkel in Vogtland De wortels van de Jazzophon liggen in het gebied rond Graslitz en Markneukirchen, in Duitsland/Tsjechië. Dit gebied in het Saksische Vogtland werd de Musikwinkel, de muziekhoek, genoemd en fungeerde jarenlang als de muziekinstrumentenwinkel van de wereld.
Vluchtelingen uit het vlakbij gelegen Graslitz begonnen hier in de zeventiende eeuw muziekinstrumenten te maken, nadat zij tijdens de contra-reformatie Bohemen moesten verlaten. Eerst violen, later ook gitaren, citers en houtblaasinstrumenten. Uiteindelijk werden in deze regio bijna alle orkestinstrumenten gemaakt. Aan het begin van de twintigste eeuw hadden de instrumenten uit de Musikwinkel-regio wereldwijd een marktaandeel van ongeveer tachtig procent. Vanwege die export was er van 1893 tot 1916 zelfs een Consulaat-Generaal van de VS in Markneukirchen. Destijds was Markneukirchen zo ongeveer de rijkste stad van Duitsland, waarbij eerder de groothandelaren de miljonairs waren dan de instrumentenbouwers. De Jazzophon De Normaphon Andere saxofoonvormige trompetten Andere trompetten met een dubbele beker Andere saxofoonvormige instrumenten Bronnen, links en contact De achtergrond van de Jazzophon In 1841 vond Adolphe Sax de saxofoon uit. Hij wilde een instrument maken dat zowel het luidste van de houtblaasinstrumenten zou zijn als het meest veelzijdige van de koperinstrumenten en dat de ruimte tussen die twee secties zou opvullen. In de 'Roaring Twenties', de jaren na de eerste wereldoorlog werd de saxofoon populair als het ultieme jazz-instrument. In zeven jaar werden 500.000 saxofoons geproduceerd. De productie in Amerika bereikte een piek in 1924, toen 100.000 saxofoons werden gemaakt. De boom duurde tot de Wall Street crash. In de jaren twintig was jazz in Duitsland een nieuwigheid. Het deel van Weimar-Duitsland dat vooruit wilde kijken na de vernietigende nederlaag in de Eerste Wereldoorlog omarmde het modernisme dat door Europa waarde en was gek op jazz. De 'Salonorchester' wierpen zich op de nieuwe stijl, omdat het dansende publiek dat wilde. De saxofoon werd na de eerste wereldoorlog het leidende instrument in de jazz- en dansorkesten. Vanaf 1926 liet de radio met regelmaat jazz-muziek horen en rond 1930 waren artiesten als Louis Armstrong en Duke Ellington populair bij het Duitse publiek. Mensen zagen jazz als 'de essentie van het modernisme van die tijd', een sterke beweging naar grotere gelijkheid en emancipatie, een perfect pleidooi voor een democratie in Duitsland. De hoge prijs van saxofoons en een tekort aan goede saxofoonspelers waren de aanleiding voor het ontwerp van de Jazzophon en de eveneens saxofoonvormige Normaphon.Het was een periode waarin wel meer afwijkende instrumenten werden geïntroduceerd, zoals een schuifsaxofoon, de Swanee-sax, in 1922, de Saxie in 1924, de Saxello in 1925 en de Conn-o-sax in 1928. In een instrumentencatalogus rond 1927 stelt handelaar C.A. Wunderlich uit Siebenbrunn: "De hoge prijzen van saxofoons weerhouden veel orkesten van de aankoop ervan. Toch wil het publiek saxofoonmuziek te horen. De Normaphons zijn een heel goedkoop alternatief voor de saxofoon. Bovendien, elke trompettist en hoornspeler kan ze spelen zonder verdere omschakeling, omdat het niets anders dan trompetten, althoorns, tenorhoorns, Eb of Bb bassen zijn, met een andere vorm. Het nieuwe ontwerp geeft de instrumenten hun eigen, aangename geluid. Moderne orkesten zouden niet moeten aarzelen om deze instrumenten te kopen. " De sopraan-Normaphon kostte toen 76 Reichsmark, de tenor 96 RM terwijl een altsaxofoon destijds op 260 tot 550 RM uitkwam. De Jazzophon mikte waarschijnlijk op hetzelfde 'gat in de markt' als de Normaphon, ook al was hij met 90 RM iets duurder. Het bruto maandloon van arbeiders was in 1925 gemiddeld 139 RM, in 1928 was dat opgelopen tot 186 RM (waarmee het 8 procent boven het vooroorlogse niveau was gekomen).
Hans Rölz De eerste advertentie voor de Jazzophon verscheen op 15 september 1926 in het Zeitschrift für Instrumentenbau uit Leipzig, het vakblad voor de bouwers en handelaren in muziekinstrumenten. Het was een advertentie van Musikwarenfabrik Hans Rölz uit het Tsjechische Graslitz (nu Kraslice). Rölz liet de Jazzophon dat najaar zien als nieuwtje op de beurs in Leipzig, het Zeitschrift besteedt in de redactionele kolommen ook aandacht aan het instrument. De advertentie van Rölz laat een Jazzophon in saxofoonvorm zien en ook een in lyravorm. Voor de voorjaarsbeurs van 1927 adverteert Rölz opnieuw, dan is de Jazzophon in lyravorm uit de advertentie verdwenen. Het Zeitschrift heeft dan als bijlage een extra jazz-catalogus van Rölz. In april 1927 adverteert hij nog een keer met een Jazzophon in trompetvorm en daar blijft het bij. Rölz was op dat moment de grootste fabrikant van muzikaal speelgoed in Graslitz maar verhandelde ook wereldwijd instrumenten van andere makers. Hij had in 1901 het bedrijf van zijn vader overgenomen en had toen naast de vestiging in het Tsjechische Graslitz ook een onderneming in het nabijgelegen Duitse Klingenthal en winkels in Leipzig en Berlijn en ruim 200 medewerkers. Ook in de hoofdcatalogus van muziekinstrumentenfabriek Josef Glassl, met vestigingen in Graslitz en Klingenthal vinden we de Jazzophon in trompet-, saxofoon-, lyra- en trombonevorm. De omslag laat de Schützen-Kapelle Vohwinkel uit 1926 zien. Ook gezien de vraagprijs, tussen RM 60 en RM 65 moeten we deze catalogus rond 1926/27 dateren.
Jazzophon, vernikkeld, goudkleurige beker, maker 'waarschijnlijk Hüller', 1920's, voorheen coll. Erik Totham, Californië, VS D.R.G.M.-registratie Eén maand vóór de advertentie van Rölz, op 27 augustus 1926 kreeg Franz Xaver Hüller een Deutsches Reich Gebrauchs Muster (D.R.G.M.)-registratie voor de Jazzophon, meldt het Zeitschrift für Instrumentenbau. Het D.R.G.M. was een beperkt ontwerp- of een gebruikspatent. Het beschermde een vinding drie jaar, uit te breiden tot maximaal zes jaar. De D.R.G.M.-'patenten' werden uitgegeven vanaf 1891 en hielden na de val van het Duitse Rijk op te bestaan. De D.R.G.M.-registraties zijn allemaal vernietigd, laat het Duitse patentbureau weten. Hüllers Jazzophon-design kreeg het registratienummer 965.305, blijkt uit het Zeitschrift. Franz Xaver Hüller Franz Xaver Hüller was een instrumentenbouwer ook uit Graslitz. Hüller werd geboren op 29 december 1856 in het vlakbij gelegen Pechbach. Hij begon zijn bedrijf in Graslitz in 1882 , waar hij ondermeer koperblaasinstrumenten, slagwerk en strijkinstrumenten bouwde en verhandelde. Rond 1910 had hij 200 tot 250 mensen aan het werk. Hüller begon in 1923 saxofoons te produceren. In 1920 kwamen zijn schoonzoons Anton Riedl (getrouwd met Suzanne) en Ernst Modl (getrouwd met Philippinne) in het bedrijf en veranderde de naam in F.X. Hüller & Co. In 1926 was er ook een filiaal (verzendhuis) in Markneukirchen aan de Roter Markt 13 en later een filiaal in Klingenthal. Hüller overleed in 1936.
'Jazzophon D.R.G.M. 995.305' op de demper en 'C.A.Wunderlich Siebenbrunn Vogtland Germany' op de open beker. Ca 1930. In 2011 door Scott Robinson, VS gekocht van Nick DeCarlis. C.A.Wunderlich, Siebenbrunn Met een merkwaardig klein verschil (995.305) is het D.R.G.M. registratienummer terug te vinden voor op de demper van verschillende Jazzophons. Geen van de Jazzophons met de aanduiding Jazzophon D.R.G.M. 995.305 draagt echter de naam van Hüller. Wel zijn minstens twee van deze Jazzophons gegraveerd met C.A. Wunderlich, Siebenbrunn Vogtl. op de open beker. Carl August Wunderlich (1826-1911) begon in 1854 met het vervaardigen van blaasinstrumenten onder het handelsmerk CEA. Aan het eind van de 19e eeuw was het bedrijf in Siebenbrunn, grenzend aan Markneukirchen, omgevormd tot een groothandel in verschillende soorten muziekinstrumenten. In de eerste helft van de twintigste eeuw was Wunderlich een van de belangrijkste groothandelaren in Vogtland. Het bedrijf bestond tot 1966. Wunderlich verkocht ook een andere vinding van Hüller, de trompet met van bovenaf bediende draaiventielen, waarvoor deze op 4 september 1929 een D.R.G.M erkenning kreeg (1.088.742)
Destijds was het een gebruikelijke praktijk voor groothandelaren zoals Wunderlich om hun eigen naam op instrumenten te zetten in plaats van de naam van de maker of de uitvinder. In Markneukirchen en de regio daaromheen waren een paar honderd instrumentenmakers en ongeveer twintig groothandelaren. Die laatsten waren in staat de prijzen en condities te dicteren; daarom staat op veel instrumenten niet de naam van de maker maar van de handelaar.
In een katalogus uit ongeveer 1928 biedt Wunderlich behalve de sopraan-Jazzophon (prijs: 100 Reichsmark) ook een alt- en een tenor-Jazzophon aan. Wunderlich biedt de Jazzophon ook aan in de vorm van een lyra en in trompetvorm. Max Adler uit Erlbach, ook in Vogtland, bood rond 1930 precies dezelfde instrumenten aan in zijn catalogus nummer 25 al zijn bij hem de alt en de tenor uit het assortiment verdwenen. Daar staat tegenover dat er nu ook een schuiftrombone met dubbele beker en een omschakelventiel als Jazzophon werd aangeboden. De prijs voor de sopraan-Jazzophon was inmiddels gestegen naar RM 140. De catalogus uit 1930 van Heinrich Moritz Schuster, Markneukirchen biedt hetzelfde assortiment voor RM 150. Opvallend is dat de instrumenten in de advertenties en catalogi van respectievelijk Rölz, Wunderlich en Adler niet gegraveerd zijn met 'Jazzophon / D.R.G.M. 995.305'. Ze hebben bovendien op onderdelen een iets andere vorm, dan de instrumenten die wél die inscriptie hebben, de demper is wat hoger en meer afgerond, de steunen naar de bekers toe zijn gebogen in plaats van recht. Wat daar achter steekt, verschillende producenten of een strijd om rechten, is onduidelijk. Johan Michl Een Jazzophon die in 2006 werd aangeboden op een veiling in Vichy, Frankrijk had als gravering Johann Michl & Sohn, Graslitz. Johann Michl & Sohn was bekend als maker van strijk- en houtblaasinstrumenten en ook als maker van koperblaasinstrumenten in Graslitz, Bohemen van 1870 tot ca.1937. Miraphone Op de Jazzophon van verzamelaar Erik Totham is de naam en het logo van Miraphone gegraveerd een naam van na de Tweede Wereldoorlog. Het gebied rond Graslitz, ook bekend als Sudetenland, werd na de Tweede Wereldoorlog weer deel van Tsjechoslowakije, nadat het in 1938 door Hitler was geannexeerd. Het merendeel van de Duitstalige bevolking vluchtte of werd gedwongen te vertrekken. Dertien instrumentenbouwers uit Graslitz vertrokken naar Waldkraiburg in Beieren en pakten daar in 1946 de reparatie van muziekinstrumenten op in de 'Produktivgenossenschaft der Graslitzer Musikinstrumentenerzeuger eGmbH'. Vanaf 1947 begonnen ze ook nieuwe instrumenten te produceren onder de naam Miraphone. In 1948 verschijnt voor het eerst het Miraphone-logo. Miraphone's PR-manager Kari Theinert zegt: "Ons bedrijf heeft inderdaad een heel aantal Jazzophons gebouwd. Maar helaas is daar geen documentatie of oude katalogus van bewaard. Aan de gravering te zien werd dit instrument eind zestiger jaren in ons bedrijf in Waldkraiburg gemaakt. De meeste van deze instrumenten werden naar de VS geëxporteerd."
Jazzophon met Miraphone-logo op de demper, 1960's, coll. Erik Totham, Californië VS Andere bekende jazzophon's
Jazzophon in trompetvorm, gegraveerd Jazzophon D.R.G.M. 995.305, 'F.X. Huller & Co, rond 1926', coll. Trompetenmuseum Bad Säckingen
Jazzophon van wijlen Frank Tomes, Londen, hier in 2009 bespeeld door David Staff. Geen vermelding van maker of handelaar, wel D.R.G.M. No. 995 305. Tomes kocht hem van John R.T.Davies, die hem ooit in Rome in een muziekwinkel kocht terwijl hij op tournee was met de 'Temperance Seven', een Britse 20's stijl jazz/dance band.
1 - 2. Jazz-o-phone. c.1926, messing, 'waarschijnlijk Duits'. Géén D.R.G.M. verwijzing. Vierde ventiel en de wah-wah bediend met hefboompjes. Verkocht in 2010 uit coll. Sid Glickman, New York VS 3. Jazzophon D.R.G.M. 995.305. Coll. Attilio Berni, Fiumicino, Italië, 4. Professional Jazzophon D.R.G.M. 995.305 messing, geveild bij Sotheby's in 1983 5. Jazzophon D.R.G.M 995.305. Coll. Robert Ullery, Virgina, VS, 6. Jazzophon D.R.G.M 995.30 Coll. Museum Bad Säckingen, Deutschland, 7. Jazzophon details onbekend 8 - 10. Jazzophon D.R.G.M. 995.305 1920's. Hartenberger World Music Collection, Missouri, VS De Jazzophon De Normaphon Andere saxofoonvormige trompetten Andere trompetten met een dubbele beker Andere saxofoonvormige instrumenten Bronnen, links en contact
De eerder genoemde Normaphon, een saxofoonvormige trompet met één beker, is uitgevonden door Richard Oskar Heber (1872-1938) uit Markneukirchen. Van 1900 tot 1935 produceerde hij koperinstrumenten onder het merk Norma. Richard Heber prees zijn Normaphon aan als erg geschikt voor 'Jazz-Band und sonstige Effekt-Kapellen'. Ze vonden hun weg via groothandelaren als C.A.Wunderlich in Siebenbrunn, R.O. Adler in Markneukirchen, C.G. Glier & Sohn in Markneukirchen, Ammon Gläser in Erlbach en M. J. Kalashen in New York. Ook de Gebrüder Schuster in Markneukirchen, 'Fabrik und Export von Musikinstrumenten und Saiten', hadden de Normaphon in hun Katalog Nr. 70, (ca. 1929). De Normaphon had ook een D.R.G.M. registratie, nummer 945 751, op naam van Richard Heber, op 26 februari 1926 ingevoerd onder de naam 'metaalblaasinstrument'. Tussen ongeveer 1924 en 1930 zouden zo'n honderd Normaphons zijn gebouwd (al wijzen de nu bekende serienummers op een groter aantal). De tenor Normaphon zou het meest gebouwd zijn. De catalogus van C.G.Glier uit oktober 1926 meldt dat patent in binnen- én buitenland is aangevraagd, een andere catalogus meldt dat in Tsjecho-Slowakije patent is aangevraagd. Het instrument werd gemaakt als sopraan, alt, tenor, es-bas en besbas. Ook was een keuze tussen hoge (A=440 Hz) en lage stemming mogelijk. Max Adler uit Erlbach bood in catalogus nummer 25 ook nog de hoge Engelse stemming aan en daarnaast de Normaphon in C en in F voor dezelfde prijs. Adler prijst de Normaphon overigens aan als solo-instrument. De New Langwill Index schrijft het patent voor de Normaphon toe aan C.A. Wunderlich maar dat lijkt me een misinterpretatie. Wunderlich verkocht de Normaphons wel, met op het instrument een D.R.G.M.-verwijzing maar zonder het nummer van de registratie. Opmerkelijk: Wunderlich bood rond 1928 ook een sopraan-versie van de Normaphon met een echo-effect-ventiel aan, een (soort) Jazzophon dus. Pieter Aafjes, dirigent van de Culemborgse harmonie Crescendo kreeg een alt Normaphon van C.A. Wunderlich op proef, met serienummer 0104. Via zijn opvolger Jac van Dillen en diens dochter Riet kwam hij bij mij terecht.
Normaphon, alt in Eb, oorspronkelijk vernikkeld, serienr. 0104. Op de beker: C.A. Wunderlich Siebenbrunn Vogtl. coll. Gerard Westerhof In 1957 zong Nat King Cole in een van zijn shows 'Rosetta' samen met Billy Eckstine, waarbij Eckstine op een tenor Normaphon speelde(vanaf 2.12"). Ook William 'Hicky' Kelley speelde in 1959 bij de Modern Jazz Disciples op een tenor-Normaphon (vanaf track 4). Multi instrumentalist Scott Robinson uit Teaneck, New Jersey, speelde tenor Normaphon op zijn eerste LP Multiple Instruments uit 1984 en later met Hazmat Modine op hun CD Bahamut. En Eric Budd, multi instrumentalist uit Melbourne, Australië laat zijn tenor normaphon (serienummer 0164) zien. Normaphon's zijn verder onder meer te vinden in het National Music Museum van de University of South Dakota, de Edinburgh University Collection of Historic Musical Instruments , het MIM in Phoenix, het Trompetenmuseum in Bad Säckingen en in de collecties van Heikki Moisio en Han Savelkoel en Rick Schwartz.
1. sopraan Normaphon D.R.G.M. Germany in 1998 verkocht via Butterfield & Butterfield 2. alt Normaphon, D.R.G.M. serienummer 0344, aangekocht in 2010 coll. Han Savelkoel, Nederland 3. alt Normaphon serienummer 0441, coll. Heikki Moisio Turku, Finland 4. tenor Normaphon coll. NMM, Vermillion South Dakota VS, gekocht in 1977, on permanent display at the Meredith Willson Museum in Mason City, Iowa 5. tenor Normaphon serienummer 0315 coll. Edinburgh University, UK 6. alt Normaphon, serienummer 150 en tenor Normaphon, serienummer 350, coll. Scott Robinson 7. tenor Normaphon D.R.G.M. coll. MIM, Phoenix VS., tot 2011 Fiske Museum, Claremont, VS 8. tenor Normaphon, D.R.G.M. Germany, restauratie met nieuwe mondpijp in 2012 door Robb Stewart, coll. Rick Schwartz Leopold Renz
Normaphon in Bb, coll.: Muziekinstrumentenmuseum Markneukirchen Leopold Renz, Instrumentenmacher, Berlin, N58 Gaudystr.14, maakte dit tenor-instrument met een lengte van in totaal 277 cm. Het is van verzilverd messing en het Muziekinstrumentenmuseum in Markneukirchen dateert het rond 1935. Günter Dullat, die het gebruikte voor de omslag van zijn boek Blasinstrumente, noemt het ook een Normaphon en stelt dat de Normaphon (deze Normaphon?) in de jaren twintig door Robert Schopper (1859-1938) in Leipzig is ontwikkeld. Renz is vanaf 1916 actief als instrumentenmaker en vanaf 1927 zelfstandig. Het einde van de Jazzophon en de Normaphon In de jaren '30 begon de neergang van de jazz in Duitsland. Ondanks de liberale houding van de Weimar-democratie was het publieke en private sentiment tegenover zwarten, waaronder Afrikaanse Amerikanen, ambivalent. In 1932 spraken alle conservatieve muzikanten en critici denigrerend over jazz als een product van de 'nigger' cultuur, wat de regering het handvat gaf om het inhuren van gekleurde muzikanten te verbieden.
Tentoonstellingsposter 1938
Voor de nazi's was jazz een bedreigende vorm van expressie. En de saxofoon was jazz. Het nazi-regime verbood de uitzending van jazz op de Duitse radio. Dat gebeurde vanwege de Afrikaanse wortels en omdat veel van de actieve jazzmuzikanten van joodse afkomst waren, en ook vanwege thema's als individualiteit en vrijheid in de muziek. De jazz-opleiding in Frankfurt werd door de nazi's in 1933 gesloten. Joseph Goebbels, de Duitse Rijksminister van Voorlichting en Propaganda, had vóór 1935 gehoopt het publiek te overtuigen via anti-jazz propaganda, in plaats van jazz te verbieden. Dat gebeurde in 1935 echter toch. In dat jaar verbood nazi-regering Duitse Joodse muzikanten om nog langer op te treden. Luisteren naar buitenlandse stations, die regelmatig jazz draaiden, werd bestraft vanaf 1939. De saxofoon - als instrument zo sterk verbonden met de jazz - werd in Duitsland als hét anti-Duitse instrument gezien, stelt Günther Dullat in zijn boek over bijna vergeten blaasinstrumenten. Al betekende dat niet het einde van de saxofoonproductie in Duitsland. Zo verkocht C.A. Wunderlich in de jaren vlak voor de oorlog nog steeds saxofoons, nu met een swastika en een adelaar erop gegraveerd voor orkesten van de Duitse Luftwaffe. En in een catalogus van de firma Ernst Hess nachf. uit Klingenthal uit 1939 wordt op de laatste bladzijde nog steeds een Saxie, een klein saxofoonachtig instrument aangeboden want, 'hoe vaak willen kleine Heimatkapellen ed. niet graag een saxofoon hebben'. In diezelfde catalogus meldt Hess trots de nieuwe Herms-Niels-fanfaren te vervaardigen waarmee op de Reichsparteitag van 1938 Hitler lof is toegeblazen. Uiteindelijk werden er maar weinig Jazzophons en Normaphons gebouwd. Ondanks de mooie namen werden ze al snel een flop en verdwenen ze na enkele jaren van de markt, om een begeerd verzamelobject te worden, constateert verzamelaar Ernst W. Buser. Van minstens 10 Jazzophons en evenveel Normaphons is bekend dat ze de tand des tijds hebben doorstaan. Het is maar de vraag of de teruglopende populariteit van de jazz in Nazi-Duitsland de (enige) reden is dat Jazzophons geen groot succes werden. Het lijkt waarschijnlijker dat het mislukken van de Jazzophon te maken heeft met een gebrek aan vraag, al voordat de nazi's aan de macht kwamen. "It May Look Like a Musical Instrument, but It's Really an Edsel", schreef de New York Times in 2005, in een artikel waarin de Jazzophon figureerde tussen andere geflopte muziekinstrumenten. De Edsel is de Ford Edsel uit eind vijftiger jaren, hét voorbeeld van een commerciële mislukking. De wereldwijde crisis eind van de twintiger jaren zal ook niet geholpen hebben, de verkoopcijfers van saxofoons kregen daardoor wereldwijd een klap. Van 1929 tot 1932 liep de Duitse export van muziekinstrumenten terug van 100,52 naar 22,66 miljoen Rijksmark, tot minder dan een kwart van de omzet in de 'gouden twintiger jaren'. En tenslotte is hij ook gewoon een beetje lastig te bespelen......
Andere saxofoonvormige trompetten De Jazzophon De Normaphon Andere saxofoonvormige trompetten Andere trompetten met een dubbele beker Andere saxofoonvormige instrumenten Bronnen, links en contact
Dit instrument, in 2005 op Ebay te koop aangeboden, zou zijn gemaakt rond 1955 in Klingenthal, ongeveer 5 km van Graslitz aan de Duitse kant van de grens.
Het Trompetenmuseum heeft een trompet in laag F in saxofoonvorm, uit Duitsland of Oostenrijk rond 1925. Draaiventieltrompet
Links: trompet met draaiventielen, coll. Diether Grosche, Düsseldorf, Duitsland rechts: idem, coll. Trompetenmuseum Bad Säckingen Een saxofoonvormige trompet is in het bezit van Diether Grosche. Het instrument heeft draaiventielen en is waarschijnlijk Duits. Het Trompetenmuseum in Bad Säckingen heeft ook een saxofoonvormige trompet met draaiventielen in Bb. De katalogus meldt: "Anoniem. Duitsland, late twintiger of dertiger jaren. Verwant aan maar niet hetzelfde als de Normaphon." De draaiventielen worden hier van boven bediend in plaats van zijdelings. Keilwerth
Keilwerth Toneking 3000 serienummer 27963 Na de Tweede Wereldoorlog bouwde instrumentenmaker Julius Keilwerth in Nauheim een saxofoonvormige trompet met één beker, de Toneking 3000. Keilwerth bouwde trompetten tussen 1955 en 1980. Hij kwam uit Graslitz maar ook hij trok na de oorlog naar Duitsland. Volgens Gerhard Julius Keilwerth, kleinzoon van Julius, die het instrument ontwierp, werden ze gebouwd tussen 1982 en 1986. Het preciese aantal is niet bekend maar het waren er niet meer dan 100. Het Trompetenmuseum in Bad Säckingen heeft eenzelfde trompet met serienummer 312600. Gary Anderson speelde in februari 2010 op een Keilwerth Toneking 3000 (vanaf 2.16"). DEG In jaren tachtig bouwde ook DEG een saxtrompet. DEG werd opgericht in 1965 in Lake Geneva, Wisconsin VS, door Donald E. Getzen nadat hij zich afscheidde van het familiebedrijf Getzen in het Amerikaanse Elkhorn.
In 1994 speelde trompettist Nargo van het Tokyo Ska Paradise Orchestra zo te zien op een DEG-trompet in Gold Rush, hier live bij NHK TV (vanaf 0.40' en vanaf 2.29') Andy Taylor en Eddie Veit
Jazzophone van Andy Taylor een flugel-saxtrompet van Taylor saxtrompet van en met Eddie Veit trompet van Peter Rieblinger De Britse instrumentenmaker Andy Taylor bouwde een saxofoonvormige trompet, en noemde hem Jazzophone. Ook maakte hij een op de flugelhoorn gebaseerde saxtrompet. Een enkel exemplaar, zonder de intentie hem op de markt te brengen. "We bouwden deze omdat het in geen jaren was gedaan en omdat het leuk was om te doen. Hij wordt vooral gebruikt op beurzen en als conversation piece." De flugel was aanzienlijk beter bespeelbaar, zegt Taylor, omdat hij beter voor de lippen te houden is. Duitse instrumentenmaker Eddie Veit maakte ook een saxvormige trompet evenals Peter Rieblinger uit Tandern. Jupiter
In de jaren negentig bouwde Jupiter in Taiwan de Excite. Naast de trompet versie, de R77L, was er een trombone in F met een extra ventiel, the VL33L. Project trompetten
Sean Mason uit Factoryville, Pennsylvania, maakte deze dubbele-bekertrompet als afsluitend project op het Renton Technical College. Hij maakte hem van Yamaha trompetonderdelen en een draaiventiel van een G bugel. Een van de bekers kan gestemd worden zodat de beide bekers met elkaar stemmen. Hier speelt Sean op zijn instrument.
De Saxy trompet gebouwd door Doug Teeter uit Fresno, California, met een ventielblok en beker van een oude Bundy, bore size .460, en een greep voor de linkerhand om genoeg druk op het mondstuk te kunnen krijgen. Te koop op Ebay in oktober 2011. Andere trompetten met een dubbele bekerDe Jazzophon De Normaphon Andere saxofoonvormige trompetten Andere trompetten met een dubbele beker Andere saxofoonvormige instrumenten Bronnen, links en contact Shew-Horn, Kanstul Gemini en Jason Harrelson
Bobby Shew op de Shew-Horn Herb Alpert op de Gemini van Kanstul Herb Smith op Jason Harrelson Dave Monette zou de dubbele-bekertrompet hebben gemaakt voor trompettist Bobby Shew (1941, Albuquerque, New Mexico). Hij noemde hem Shew-Horn met het advies: 'probeer een beetje meer aan je klank te denken'. Shew speelde 'Stompin at the Savoy' op zijn Shew-Horn, voor het BBC-programma 'Pebble Mill at One' in Birmingham, ergens in de tachtiger jaren. Zig Kanstul in Anaheim, Californie, VS ontwierp de 'Gemini' met dubbele beker samen met Herb Alpert. Een draaiventiel verdeelt de lucht tussen de twee bekers. In 2008 speelde Herb Alpert 'It’s only a paper moon' op deze trumpet, in Oakland, Californië VS. Trompettist Herb Smith speelde op de International Trumpet Guild conference 2009 in Harrisburg, PA, VS op een Jason Harrelson dubbele-bekertrompet, de Harrelson Medusa. Jason Harrelson zelf laat hem hier zien. Thein
Max Thein in Bremen ontwierp de dubbele bekertrompet waarop Matthias Höfs 'Eine Spanische Weihnacht' speelt, samen met het Berliner Symphoniker. Billy Brooks
Trompettist Julius Edward (Billy) Brooks (1923, Mobile, Alabama - 2003, Amsterdam) speelde regelmatig op zijn dubbele-beker trompet, de Skoonum-horn. Hij had er sinds 1965 patent op in Nederland en Engeland en droomde van een fabriekje om er een verkoopsucces van te maken. Dat kwam er echter nooit. Dominic Calicchio maakte in 1973/74 de Skoonum trompet uit de HWM-collectie in zijn werkplaats in Hollywood, met een koperen bovenbeker. Marco Blaauw
Een door Marco Blaauw ontworpen dubbele-bekertrompet in C, in 2000 gebouwd door Dieter Gärtner van de firma Gärtner und Thul in Düren, Duitsland. De trompet heeft de drie standaardventielen en een vierde en vijfde ventiel. Met het vierde ventiel kunnen kwartnoten gespeeld worden over het hele bereik van de trompet. Het vijfde ventiel is om te wisselen tussen de beide bekers, die elk van iets andere materiaal zijn gemaakt. Hij speelde er onder meer het speciaal voor hem gecomponeerde 'Snatches of a Conversation' van Peter Eötvös mee, een stuk waarin snel tussen verschillende dempers moet worden gewisseld. Hier vertelt Marco meer over de geschiedenis van zijn trompet.
Blaauw liet nog een tweede - blauwe - trompet bouwen die het ook mogelijk maakt de beker naar achteren te richten. Yamaha Brandon Ridenour demonstreert de Yamaha dubbele-bekertrompet Op verzoek van Canadian Brass trompettist Brandon Ridenour maakte in 2010 ook Wayne Tanabe van Yamaha een dubbele-bekertrompet met een extra ventiel voor kwartnoten. Ridenour had hem nodig voor een uitvoering van 'Snatches of a Conversation' met het Los Angeles Philharmonic New Music Ensemble. Het instrument is gemaakt van het ventielhuis van een Yamaha piccolo trumpet (YTR-9835), een mondpijp van een YTR-9636 Eb trompet, bekers van een Artist Model C trompet en een rotor van een franse hoorn. Ridenour had het stuk eerder gespeeld op de mutantrumpet van Ben Neill. Erik Miyashiro
Erik Miyashiro, ook een Yamaha artiest, speelt een pockettrompet met dubbele beker, hier tijdens de Maynard Ferguson Tribute, 30 september - 3 oktober 3, 2004 in Los Angeles. Hier bespeelt hij hem tijdens een concert Wayne Bergeron op het Los Angeles Jazz Institute (vanaf 2.41") Ben Neill de mutantrumpetDe mutantrumpet is ontworpen door Ben Neill en is een electro-akoestische trompet met drie bekers. De mutantrumpet is doorontwikkeld sinds midden jaren tachtig toen Neill samenwerkte met synthesizerpionier Robert Moog bij het ontwerp van zijn eerste electronische interface. In 1992 maakte Neill het instrument helemaal computer-interactief. De nieuwe mutantrumpet kent 8 continue MIDI controllers en 8 schakel MIDI controllers naast de akoestische beheersing van toon en volume van het natuurlijke instrumentgeluid. Echo-cornet
Echo-cornet door Adalbert Riedl, coll. Irving Bush Echo-cornet door Jérome Thibouville Lamy, 1890, coll. Denis Balande
De echo-cornet was een populair instrument in de negentiende eeuw. De echoboog werd uitgevonden door de Keulse instrumentenbouwer Friedrich Adolf Schmidt en in 1859 gepatenteerd. Een vierde ventiel laat de lucht door de echoboog gaan die als demper werkt. Voor 1900 werd hij gebruikt in salonmuziek in Duitsland, Frankrijk en Engeland, door solisten die er ingenieuze stukken met echo-effecten mee speelden. In de twintiger jaren werden ze nauwelijks meer verkocht door de veranderde smaak en de opkomende jazztrompet. Tegenwoordig komen er goedkope versies uit India. Trompettist Crispian Steele-Perkins speelt hier op een echocornet. Gautrot-Marquet In november 2011 werd op Ebay dit instrument van Gautrot-Marquet vanuit Uruguay aangeboden. Een combinatie van een trompet met een flugelhoorn (?) met een dubbele beker waarbij de ene beker ín de andere zit en een vierde ventiel schakelt tussen beide. De buitenbeker heeft een omtrek van 18 centimeter en het instrument heeft een lengte van 43 centimeter (zonder leadpipe). Op de beker het opschrift 'Gautrot-Marquet Breveté s.g.d.g. Paris' (breveté s.g.d.g. betekent: een patent sans garantie du gouvernement). Gautrot was een Franse instrumentenmaker en uitvinder uit de tweede helft van de 19e eeuw.
Flugel-cornet combinaties
Uit 1890 dateert een flugelhoorn/cornet combinatie van de Italiaanse instrumentenmaker en uitvinder Guiseppe Pelitti in Milaan uit de collectie van het Metropolitan Museum of Art in New York. Het instrument heeft draaiventielen en staat in C. Ook uit Milaan maar waarschijnlijk van iets latere datum (ca. 1919) is een flugel/cornet-combinatie van D(ante) Rancilio, in de HWMC- collectie. Berkeley
Een door dr. Lee ontworpen goedkope Chinese dubbele beker trompet van BerkeleyWind. Met een draaiventiel kan worden gewisseld tussen de 'normale' en de kleine beker. Als het geluid door de kleine beker gaat klinkt het instrument als een piccolo trompet. Als de kleine beker wordt vervangen door een buis blijft er een trompet met een enkele beker over. Met het draaiventiel kan nu worden gewisseld dus Bb en F stemming. Hij wordt hier gedemonstreerd. Project-trompetten
De beker rechts (met demper) van de project-trompet van Tim Brown uit Galeburg, Illinois, VS, is van de originele Holton Collegiate trompet. Voor de linkerbeker gebruikte Brown er een van een 'Temple' trumpet. 'Temple' was de naam van een muziekwinkel aan de oostkust van de VS, jaren geleden. P. van Asselt uit Delft bouwde zijn project-trompet van een Amati en een Yamaha.
Een dubbele-bekertrompet gemaakt in 2006 door Michael del Quadro van Del Quadro Custom Trumpets in Wichita, USA voor Pat Shaner. Een draaiventiel zorgt voor het wisselen tussen de twee bekers. Del Quadro gebruikte een Olds Ambassador ventielblok en een Pilczuk leadpipe.
Robb Stewart in Arcadia, California, maakte de afgelopen decennia een drietal dubbele beker trompetten. De toelichting vind je hier.
Een flugelhoornspeler uit het Duitse Donauwörth liet een Benge trompetbeker monteren aan een Melton Egerländer flugelhoorn uit de 70-er jaren. Daarmee kan snel gewisseld worden tussen de klank van een flugelhoorn en een trompet. En dan is er nog het stereo trompetmondstuk dat David Monette op 1 april 2010 presenteerde, hier bespeelt. Andere saxofoonvormige instrumenten De Jazzophon De Normaphon Andere saxofoonvormige trompetten Andere trompetten met een dubbele beker Andere saxofoonvormige instrumenten Bronnen, links en contact Jazzophon De naam Jazzophon is ook gebruikt voor andere saxofoonvormige instrumenten. Voor de Tweede Wereldoorlog maakte de Duitse firma C.A. Lux in Ruhla (Thüringen, Duitsland) een 20 centimeter grote kazoo van blik met de naam Jazzophon. Het geluid komt van een vibrerend membraan. Ook hun product heeft een D.G.R.M. registratie, van 18 augustus 1932. Max Adler verkocht ze voor 8,50 RM, ruim 2 dollar in die tijd. De Britse saxaphone is een vrijwel identiek instrument uit dezelfde tijd. Een catalogus van Dunger laat een Jazzophon met aan beide zijden een membraan zien.
Eenzelfde kazoo maar dan met een riet/tong in plaats van een membraan werd verkocht onder de naam Luxophon en Sirenophon. Beide uit Duitsland. De Luxophon heeft ook een D.R.G.M registratie, mogelijk het instrument dat door C.A.Lux op 30 augustus 1926 als 'Saxophon-ähnliches Blasinstrument' werd geregistreerd. Luxophon, coll.
Gerard Westerhof
Op 13 oktober 1929 namen de Bubbling Over Five het nummer Get up off that Jazzophone op tijdens sessies in Richmond, Virginia, voor de Okeh Record Company met James Simons ("Blues Birdhead") op mondharmonica, die als jazzophone werd betiteld.
La Traviata, made in Germany, geregistreerd onder nummer 264852, Ebay november 2010
Zobo en Songophone
De Zobo saxofoon dateert al van het eind van de 19e eeuw. Onder de naam Zobo werd rond 1895 een hele serie koperen kazoo's op de markt gebracht door W.H. Frost in New York. Op 7 januari 1896 kreeg hij er patent op. Behalve een saxofoon- was er ook een cornet-, een trombone- en een tuba-model. Een set van 4 kostte $8,25 en maakte muziek maken betaalbaar. Enkele jaren later, in 1900, kreeg Louis Crakow patent op de Songophone, een sterk vergelijkbaar instrument. Crakow had eerder met Frost in Zobo's gehandeld. De Songophone werd ook onder de naam Sonophone verhandeld. Couesnon Saxie en Couesnophone
De Saxie is een gebogen koperen buis van 62 centimeter met een riet-mondstuk, uitgevonden door Frederick B. Hammann uit Baltimore, Maryland in de VS. De Saxie heeft een F# en een oktaafklep. Het VS-patent dateert van 3 juni 1924. Het patent moet snel zijn gekocht door Couesnon & Cie in Parijs, zij maakten de vier nu nog bekende saxies. Het instrument werd aanbevolen aan de groeiende kring van saxofoonliefhebbers als "het kleine broertje van de saxofoon, makkelijker te spelen en onder de knie te krijgen." Ook dit was een interessant experiment maar geen commercieel succes.
Couesnon maakte ook de Couesnophone, gepatenteerd in Frankrijk in 1924 (nummer 569294). Het wordt beschreven als een saxofoon speelgoed. In het engels stond het bekend onder de naam goofus. Het lijkt op een saxofoon maar was een instrument met tongen die werden bediend door pistons. Die zijn geordend als de toetsen van een piano, één rij geeft de toonladder van C, daartussen de mollen en de kruizen. Al was het als speelgoed ontworpen, hij werd ook bespeeld door vroege jazzmusici als Adrian Rollini. Saxonette en Saxello
H.N. White Saxello
De saxonette, ook wel de Franse klarinet, in C, A of Bb gestemd, heeft de vorm van een saxofoon maar de cylindrische boring van een klarinet. Ze werden voor het eerst gemaakt door Buescher Band Instrument Company tussen 1918 en 1921. De Saxello is een sopraansaxofoon met een gebogen hals en beker, gebouwd door H.N.White. Het instrument kwam op de markt in 1924-1925, het patent dateert van 1926. Als gevolg van de economische crisis stopte de productie in de dertiger jaren. Tegenwoordig worden weer saxello's geproduceerd, onder meer door Rampone. Sax-nietphone
Paul van Bebber, oud-werknemer van Schenkelaars muziekinstrumentenfabriek in Eindhoven, bouwde rond 2003 de Sax-nietphone voor George Glandorf uit Schellinkhout van allerlei losse onderdelen. "Stemmend krijgen was nog het moeilijkste", zegt George. Hier bespeelt hij hem in zijn Nuts and Notes act bij een optreden in Hengelo (Ov) in 2009. Rechts een saxofoonvormig instrument in 2011 door Ian Church uit Seattle gemaakt van een oude King 1165 bariton. Sax-o-tuba
Oren
Marshall speelt op de Orenophone
Een recente ontwikkeling is de tuba in saxofoonvorm. Links de Lusophone, gebouwd in 2010 door Harvey Hartman uit Boyertown (PA) en Tim Sullivan uit Lausanne. Hij is gemaakt van een King 2341 Bb tuba die tot een C-tuba is versneden. Hij wordt bespeeld door tubaïst Sergio Carolino uit Portugal. Mike Johnson uit het VK bouwde de Orenophone (rechts) voor tubaist Oren Marshall. Marshall speelt hier Bach's Badinerie uit de Orkest suite No 2 in B mineur.
Ian Church uit Seattle en Harvey Hartman bouwden in 2011 deze Jazzophone van een King 1140 marching tuba. Een 19-inch beker, .687-inch boring en vier ventielen. Hij weegt bijna 12 kilo en is 1.83 meter hoog. In oktober was ie te koop, voor $3100. Andere instrumenten met een dubbele beker Het meest bekende dubbele-beker instrument is waarschijnlijk de double-bell euphonium.
Dubbele beker hoorn, coll. Kendal Betts, New Hamshire Een enkele Bb hoorn met vier (of misschien vijf) ventielen van Ed Kruspe uit Erfurt, gebouwd vóór 1918 , die is uitgebreid met twee extra bekers, een kleine die naar voren wijst en een 'echo'-beker. Beschreven op dewebsite van Dick Martz. Dan is er nog de echo hoorn van Conn en de Schediphon . In een van zijn videoblogs demonstreert Steve Dillon de echo hoorn van Conn en de double bell euphonium
Tubaist Jim Self uit Los Angeles heeft een dubbele beker tuba in F. Deze Yamaha 621 S tuba heeft vier ventielen en een draaiventiel en een tweede althoornbeker die in de vierde buis gaat. Bronnen Ernst W. Buser, Für immer verklungen, Jazzophon und Normaphon, in Fox auf 78. 4, 66. 1987 Günter Dullat, Fast vergessene Blasinstrumente aus zwei Jahrhunderten: vom Albisiphon zur Zugtrompete, Nauheim, 1992. Bernhard Habla, Das heutige Image des Saxophons unter besonderer Berücksichtigung bildlicher Darstellungen in der Werbung, in: Clarino 1996/2, David Rycroft, A Six-Finger Hole Saxophone: The Saxie, in The Galpin Society Journal 52, April. 1999 Dr. Enrico Weller, Der deutsche und vogtländische Musikinstrumentenbau in den Jahren der Weltwirtschaftskrise, Vortrag 23-06-2009 John Robert Brown, A View of the C. The Fall and Rise of the C-melody Saxophone. www.return2style.de/homepage.htm http://de.wikipedia.org/wiki/Jazz_in_Deutschland http://de.wikipedia.org/wiki/Musikwinkel Hebt u meer informatie over Jazzophons, Normaphons of andere saxofoonvormige of dubbele beker trompetten, mail mij! Links www.rugs-n-relics.com/Brass/Brasslinks.html | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|