Home
Up

 

De Jazzophon,

de Normaphon

en andere saxofoonvormige en dubbele-bekertrompetten

    EN (uitgebreider)           DE                                       
De Jazzophon De Normaphon Andere saxofoonvormige trompetten Andere trompetten met een dubbele beker Andere saxofoonvormige instrumenten Bronnen, links en contact

De Jazzophon

De Jazzophon, ik liep er begin 2010 tegenaan toen Gertjan Hos uit Assendelft er een te koop aanbood. Vlak na de oorlog meegenomen door de oom van een vriend die voor de Arbeitseinsatz in Duitsland had gewerkt. Er was er nog één elders op de wereld, meende hij te weten, in Amerika.

Jazzophon gemarkeerd Jazzophon D.R.G.M. 995.305 op de demper en C.A.Wunderlich Siebenbrunn Vogtl. op de zijkant van de open beker. Vernikkeld. Klep en hendel werden vernieuwd in 2002 door Helmuth Voigt in Markneukirchen. Coll. Gerard Westerhof

De Jazzophon is een vrijwel vergeten instrument. Jazzophons werden gebouwd tussen 1925 en 1930. De meeste Jazzophons zijn trompetten in de vorm van een saxofoon met een dubbele beker. De ene beker klinkt als een gewone trompet, de andere als een gestopte trompet. In een optreden op 3 juli 2011 laat Scott Robinson de mogelijkheden van de Jazzophon horen. De Jazzophon heeft, net als een gewone trompet, drie ventielen plus een vierde die ondersteboven zit. Indrukken van dat extra ventiel (met de duim van de linkerhand) stuurt de lucht en het geluid door de tweede beker. Op die beker zit een demper en een wah-wah-klep aan een hendeltje. Het mondstuk is een trompetmondstuk.

Het instrument werd bedacht in de jaren twintig van de vorige eeuw, als een goedkope variant op de toen razend populaire saxofoon. De Jazzophon werd echter geen succes, net als veel andere nieuwbedachte saxofoonachtige instrumenten uit die tijd. Verdween hij omdat Hitler-Duitsland de jazz geen warm hart toedroeg of omdat de crisis toesloeg? Of was er te weinig geschikte muziek en was hij lastig te bespelen? Het is niet helemaal duidelijk.  

De Musikwinkel in Vogtland

De wortels van de Jazzophon liggen in het gebied rond Graslitz en Markneukirchen, in Duitsland/Tsjechië. Dit gebied in het Saksische Vogtland werd de Musikwinkel, de muziekhoek, genoemd en fungeerde jarenlang als de muziekinstrumentenwinkel van de wereld.

Vluchtelingen uit het vlakbij gelegen Graslitz begonnen hier in de zeventiende eeuw muziekinstrumenten te maken, nadat zij tijdens de contra-reformatie Bohemen moesten verlaten. Eerst violen, later ook gitaren, citers en houtblaasinstrumenten. Uiteindelijk werden in deze regio bijna alle orkestinstrumenten gemaakt. Aan het begin van de twintigste eeuw hadden sommige instrumenten uit de Musikwinkel-regio wereldwijd een marktaandeel van ongeveer vijftig procent. Vanwege die export was er van 1893 tot 1916 zelfs een dependance van het Consulaat-Generaal van de VS in Markneukirchen. Destijds was Markneukirchen een van de rijkste steden van Duitsland, waarbij eerder de groothandelaren de miljonairs waren dan de instrumentenbouwers.

De achtergrond van de Jazzophon

In 1841 vond Adolphe Sax de saxofoon uit. Hij wilde een instrument maken dat zowel het luidste van de houtblaasinstrumenten zou zijn als het meest veelzijdige van de koperinstrumenten en dat de ruimte tussen die twee secties zou opvullen. In de 'Roaring Twenties', de jaren na de eerste wereldoorlog werd de saxofoon populair als het ultieme jazz-instrument. In zeven jaar werden 500.000 saxofoons geproduceerd. De productie in Amerika bereikte een piek in 1924, toen 100.000 saxofoons werden gemaakt.  De boom duurde tot de Wall Street crash.

In de jaren twintig was jazz in Duitsland een nieuwigheid. Het deel van Weimar-Duitsland dat vooruit wilde kijken na de vernietigende nederlaag in de Eerste Wereldoorlog omarmde het modernisme dat door Europa waarde en was gek op jazz. De 'Salonorchester' wierpen zich op de nieuwe stijl, omdat het dansende publiek dat wilde. De saxofoon werd na de eerste wereldoorlog het leidende instrument in de jazz- en dansorkesten. Vanaf 1926 liet de radio met regelmaat jazz-muziek horen en rond 1930 waren artiesten als Louis Armstrong en Duke Ellington populair bij het Duitse publiek. Mensen zagen jazz als 'de essentie van het modernisme van die tijd', een sterke beweging naar grotere gelijkheid en emancipatie, een perfect pleidooi voor een democratie in Duitsland. 

De hoge prijs van saxofoons en een tekort aan goede saxofoonspelers waren de aanleiding voor het ontwerp van de Jazzophon en de eveneens saxofoonvormige Normaphon.Het was een periode waarin wel meer afwijkende instrumenten werden geïntroduceerd, zoals een schuifsaxofoon, de Swanee-sax, in 1922, de Saxie in 1924, de Saxello in 1925 en de Conn-o-sax in 1928. In een instrumentencatalogus rond 1927 stelt handelaar C.A. Wunderlich uit Siebenbrunn:

"De hoge prijzen van saxofoons weerhouden veel orkesten van de aankoop ervan. Toch wil het publiek saxofoonmuziek te horen. De Normaphons zijn een heel goedkoop alternatief voor de saxofoon. Bovendien, elke trompettist en hoornspeler kan ze spelen zonder verdere omschakeling, omdat het niets anders dan trompetten, althoorns, tenorhoorns, Eb of Bb bassen zijn, met een andere vorm. Het nieuwe ontwerp geeft de instrumenten hun eigen, aangename geluid. Moderne orkesten zouden niet moeten aarzelen om deze instrumenten te kopen. "

De sopraan-Normaphon kostte toen 76 Reichsmark, de tenor 96 RM terwijl een altsaxofoon destijds op 260 tot 550 RM uitkwam. De Jazzophon mikte waarschijnlijk op hetzelfde 'gat in de markt' als de Normaphon, ook al was hij met 90 RM iets duurder. Het bruto maandloon van arbeiders was in 1925 gemiddeld 139 RM, in 1928 was dat opgelopen tot 186 RM (waarmee het 8 procent boven het vooroorlogse niveau was gekomen).

Tanzkapelle F. Fischer coll. Trompetenmuseum Bad Säckingen

De enige bekende foto van een orkest met een Jazzophon uit die tijd, de Tanz Kapelle F.Fischer, bevindt zich in het Trompetenmuseum in Bad Säckingen, dat hem verwierf van verzamelaar Ernst Buser.

Hans Rölz

De eerste advertentie voor de Jazzophon verscheen op 15 september 1926 in het Zeitschrift für Instrumentenbau uit Leipzig, het vakblad voor de bouwers en handelaren in muziekinstrumenten. Het was een advertentie van Musikwarenfabrik Hans Rölz uit het Tsjechische Graslitz (nu Kraslice). Rölz liet de Jazzophon dat najaar zien als nieuwtje op de beurs in Leipzig, het Zeitschrift besteedt in de redactionele kolommen ook aandacht aan het instrument. De advertentie van Rölz laat een Jazzophon in saxofoonvorm zien en ook een in lyravorm. Voor de voorjaarsbeurs van 1927 adverteert Rölz opnieuw, dan is de Jazzophon in lyravorm uit de advertentie verdwenen. Het Zeitschrift heeft dan als bijlage een extra jazz-catalogus van Rölz. In april 1927 adverteert hij nog een keer met een Jazzophon in trompetvorm en daar blijft het bij.

Rölz was op dat moment de grootste fabrikant van muzikaal speelgoed in Graslitz maar verhandelde ook wereldwijd instrumenten van andere makers. Hij had in 1901 het bedrijf van zijn vader overgenomen en had toen naast de vestiging in het Tsjechische Graslitz ook een onderneming in het nabijgelegen Duitse Klingenthal en winkels in Leipzig en Berlijn en ruim 200 medewerkers.

Ook in de hoofdcatalogus van muziekinstrumentenfabriek Josef Glassl, met vestigingen in Graslitz en Klingenthal vinden we de Jazzophon in trompet-, saxofoon-, lyra- en trombonevorm. De omslag laat de Schützen-Kapelle Vohwinkel uit 1926 zien. Ook gezien de vraagprijs, tussen RM 60 en RM 65 moeten we deze catalogus rond 1926/27 dateren. Herold & Co, Musik-Spezial-Firma in Klingenthal in Sachsen bood de trompet, saxofoon (81.50 RM) en trombonevormige instrumenten aan, niet de lyra. Zij zijn in Bb maar kunnen ook als C-instrument geleverd worden. Herold & Co is de eerste die verwijst naar een patentbescherming, de catalogus spreekt van  "unsere neuen gesetzlich geschützten Jazzophone." 

Jazzophon, vernikkeld, goudkleurige beker, maker 'waarschijnlijk Hüller', 1920's, voorheen coll. Erik Totham, Californië, VS

D.R.G.M.-registratie

Eén maand vóór de advertentie van Rölz, op 27 augustus 1926 kreeg Franz Xaver Hüller een Deutsches Reich Gebrauchs Muster (D.R.G.M.)-registratie voor de Jazzophon, meldt het Zeitschrift für Instrumentenbau. Het D.R.G.M. was een beperkt ontwerp- of een gebruikspatent. Het beschermde een vinding drie jaar, uit te breiden tot maximaal zes jaar. De D.R.G.M.-'patenten' werden uitgegeven vanaf 1891 en hielden na de val van het Duitse Rijk op te bestaan. De D.R.G.M.-registraties zijn allemaal vernietigd, laat het Duitse patentbureau weten. Hüllers Jazzophon-design kreeg het registratienummer 965.305, blijkt uit het Zeitschrift.

Franz Xaver Hüller

Franz Xaver Hüller was een instrumentenbouwer ook uit Graslitz. Hüller werd geboren op 29 december 1856 in het vlakbij gelegen Pechbach (nu Smolná). Hij begon zijn bedrijf in Graslitz op nummer 440 in 1882, waar hij ondermeer koperblaasinstrumenten, slagwerk en strijkinstrumenten bouwde en verhandelde. Rond 1910 had hij 200 tot 250 mensen aan het werk. Hüller begon in 1923 saxofoons te produceren. In 1920 kwamen zijn schoonzoons Anton Riedl (getrouwd met Suzanne) en Ernst Modl (getrouwd met Philippinne) in het bedrijf en veranderde de naam in F.X. Hüller & Co. In 1921 werd een filiaal (verzendhuis) in Markneukirchen in het handelsregister ingeschreven, in 1926 was dat gevestigd aan de Roter Markt 13 en later kwam nog een filiaal in Klingenthal.

Links: pre-WW I logo F.X. Hüller Graslitz Böhmen K.K.priv.Musikinstrumentenfabrik, met de keizerlijke adelaar die Hüller vanaf 1911 mocht voeren. Rechts: Jazzy F.X.Hüller & Co World logo, na 1920

   Advertentie F.X.Hüller & Co, na 1920 

F.X.Hüller advertentie met Jazzophon in Artist 48, 1930, nr 2305                

In 1930 duikt de Jazzophon op in een advertentie van F.X Hüller (fout gespeld als F.H.) in 'Artist', nr.48. Het is de enige keer dat de Jazzophon verschijnt in dit weekblad voor artiesten en muzikanten. 'Nur aus der Spezialfabrik von F.H. Hüller', heet het, wat aangeeft dat hij de enige maker was (of wilde zijn). En 'ges. gesch.', wettelijk beschermd door een patent, dat moet de D.R.G.M. registratie uit 1926 zijn.

Jazzophon D.R.G.M. 995 305, gegraveerd met F.X. Hüller & Co, ventielbehuizing genummerd 1,2,3  coll. Gerard Westerhof

Tot nu toe is er slechts een Jazzophon bekend waarop de naam van Hüller zelf is gegraveerd. Die dook, niet geheel compleet, in 2013 op in Daugavpils in Letland. Met een merkwaardig klein verschil (995.305) is het D.R.G.M. registratienummer terug te vinden op de demper van deze en andere Jazzophons

Hüller overleed 19 april 1936 in Graslitz. Ernst Modl zette het bedrijf voort of beter gezegd, begon opnieuw na de Tweede Wereldoorlog in West Duitsland, nadat hij en de meeste andere Duitsers uit Bohemen waren verdreven. Het bestond tot zijn dood in 1972.

'Jazzophon D.R.G.M. 995.305' op de demper en 'C.A.Wunderlich Siebenbrunn Vogtland Germany' op de open beker. Ca 1930. In 2011 gekocht door Scott Robinson, VS van Nick DeCarlis.

C.A. Wunderlich, Siebenbrunn

Twee andere Jazzophons zijn gegraveerd met C.A. Wunderlich, Siebenbrunn Vogtl. op de open beker. Carl August Wunderlich (1826-1911) begon in 1854 met het vervaardigen van blaasinstrumenten onder het handelsmerk CEA. Aan het eind van de 19e eeuw was het bedrijf in Siebenbrunn, grenzend aan Markneukirchen, omgevormd tot een groothandel in verschillende soorten muziekinstrumenten. In de eerste helft van de twintigste eeuw was Wunderlich een van de belangrijkste groothandelaren in Vogtland. Het bedrijf bestond tot 1966. Wunderlich verkocht ook een andere vinding van Hüller, de trompet met van bovenaf bediende draaiventielen, waarvoor deze op 4 september 1929 een D.R.G.M erkenning kreeg (1.088.742)

                

Destijds was het een gebruikelijke praktijk voor groothandelaren zoals Wunderlich om hun eigen naam op instrumenten te zetten in plaats van de naam van de maker of de uitvinder. In Markneukirchen en de regio daaromheen waren een paar honderd instrumentenmakers en ongeveer twintig groothandelaren. Die laatsten waren in staat de prijzen en condities te dicteren; daarom staat op veel instrumenten niet de naam van de maker maar van de handelaar.

Katalogus Wunderlich rond 1928. Klik om te vergroten

In een katalogus uit ongeveer 1928 biedt Wunderlich behalve de sopraan-Jazzophon (prijs: 100 Reichsmark) ook een alt- en een tenor-Jazzophon aan. Wunderlich biedt de Jazzophon ook aan in de vorm van een lyra en in trompetvorm.

Max Adler uit Erlbach, ook in Vogtland, bood rond 1930 precies dezelfde instrumenten aan in zijn catalogus nummer 25 al zijn bij hem de alt en de tenor uit het assortiment verdwenen. Daar staat tegenover dat er nu ook een schuiftrombone met dubbele beker en een omschakelventiel als Jazzophon werd aangeboden. De prijs voor de sopraan-Jazzophon was inmiddels gestegen naar RM 140. De catalogus uit 1930 van Heinrich Moritz Schuster, Markneukirchen biedt hetzelfde assortiment voor RM 150.

Een Jazzophon die in 2006 werd aangeboden op een veiling in Vichy, Frankrijk had als gravering Johann Michl & Sohn, Graslitz. Johann Michl & Sohn was bekend als maker van strijk- en houtblaasinstrumenten en ook als maker van koperblaasinstrumenten in Graslitz, Bohemen van 1870 tot ca.1937.

Sinds 1995 bevat de tentoonstelling Musical Innovations of the Industrial Revolution in de Cutler Gallery van het National Music Museum in Vermillion, South Dakota, een  a Jazzophon, gedateerd 'ca. 1925' en toegeschreven aan Pfretzschner & Martin uit Markneukirchen door verzamelaar Arne B Larson die het instrument in 1979 aan het museum schonk. De 'Deutsche Signal-Instrumenten-Fabrik Pfretzschner & Martin' veranderde zijn naam op 5 januari 1925 in Signalinstrumenten Fabrik Max B. Martin.

De meeste Jazzophons hebben op de gestopte beker Jazzophon / D.R.G.M. 995.305 gegraveerd. Opvallend is dat de instrumenten in de advertenties en catalogi van respectievelijk Rölz, Wunderlich en Adler niet die inscriptie laten zien. Ze hebben bovendien op onderdelen een iets andere vorm, dan de instrumenten die wél die inscriptie hebben, de demper is wat hoger en meer afgerond, de steunen naar de bekers toe zijn gebogen in plaats van recht.

Het National Music Museum heeft een tweede exemplaar dat wel de vorm uit de advertenties en catalogussen heeft. Deze heeft op de gestopte beker 'Jazzophon Ges.Gesch' staan.

Jazzophon Ges.Gesch, Valve cases and upper valve caps stamped 67, 68, 69  and 30 (fourth valve). coll. National Music Museum

Miraphone

Op de Jazzophon van verzamelaar Erik Totham is de naam en het logo van Miraphone gegraveerd, een naam van na de Tweede Wereldoorlog. Het gebied rond Graslitz, ook bekend als Sudetenland, werd na de Tweede Wereldoorlog weer deel van Tsjechoslowakije, nadat het in 1938 door Hitler was geannexeerd. Het merendeel van de Duitstalige bevolking vluchtte of werd gedwongen te vertrekken. Dertien instrumentenbouwers uit Graslitz vertrokken naar Waldkraiburg in Beieren en pakten daar in 1946 de reparatie van muziekinstrumenten op in de 'Produktivgenossenschaft der Graslitzer Musikinstrumentenerzeuger eGmbH'. Vanaf 1947 begonnen ze ook nieuwe instrumenten te produceren onder de naam Miraphone. In 1948 verschijnt voor het eerst het Miraphone-logo. Miraphone's PR-manager Kari Theinert zegt: "Ons bedrijf heeft inderdaad een heel aantal Jazzophons gebouwd. Maar helaas is daar geen documentatie of oude katalogus van bewaard. Aan de gravering te zien werd dit instrument eind zestiger jaren in ons bedrijf in Waldkraiburg gemaakt. De meeste van deze instrumenten werden naar de VS geëxporteerd."

Jazzophon met Miraphone-logo op de demper, 1960's, coll. Erik Totham, Californië VS

Jazzophons in trompetvorm

Lyra of trombonevormige Jazzophons zijn mij tot nu toe niet bekend maar trompetvormige wel. Een bevindt zich in de collectie van het Trompetenmuseum in Bad Säckingen. Op de demper staat 'Jazzophon-Trompete' gegraveerd met het D.R.G.M registratienummer. Hij wordt door het museum toegeschreven aan F.X.Hüller.

  

Jazzophon in trompetvorm, gegraveerd Jazzophon Trompete D.R.G.M. No 995.305, 'F.X. Huller & Co, rond 1926',  in 1989 verworven van William Scarlett, Chicago door Trompetenmuseum Bad Säckingen

Vincent Bach

Een andere trompetvormige Jazzophon is in bezit van het National Music Museum in Vermillion, VS. Deze is praktisch identiek aan het bovenstaande exemplaar, alleen is deze gegraveerd met 'Stradivarius Model 7 Faciebat Anno 1931 Vincent Bach Corporation New York USA'. De ventielen zijn genummerd  91,92,93.

   

Jazzophon, engraved Jazzophon Trompete D.G.R.M. No 995.305, from the Arne B. Larson Collection, since 1979 in National Music Museum Vermillion South Dakota

Vincent Bach, geboren in 1890 als Vincent Schrotenbach in Baden bij Wenen in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, veranderde in 1914 zijn  naam in Bach en vluchtte naar de VSwaar hij als musicus werkte. He begon met het maken van mondstukken en breidde dat in 1924 uit met de productie van trompetten en cornetten onder de naam 'Stradivarius'. In 1928 verkaste hij naar een locatie in de Bronx waar hij ook trombones ging maken. Volgens Bach -onderzoeker Roy Hempley begon Bach na ongeveer 85 instrumenten met modelnamen op zijn instrumenten. Het lijkt erop dat de 'Faciebat Anno' verwijzingrond dezelfde tijd begon. Hempley denkt dat Bach met modelnamen begon in verband met zijn aanvraag van trademarks. Dat gebeurde in augustus 1925 (ze werden officieel geregistreerd in maart 1926). Faciebat anno is Latijn voor 'geproduceerd in het jaar'. Het bij het stempelen gevolgd door een jaartal, 1931 in dit geval. Dat is in het algemeen het jaar dat het instrument werd verkocht, dat kan een ander jaar zijn dan het productiejaar. Hempley vertelde het museum dat omdat een serienummer ontbreekt, hij gelooft dat het niet door Bach zelf is gemaakt. Ik denk dat het is gemaakt door Hüller.

Andere Jazzophons

Jazzophon van wijlen Frank Tomes, Londen, hier in 2009 bespeeld door David Staff. Geen vermelding van maker of handelaar, wel D.R.G.M. No. 995 305. Tomes kocht hem van John R.T.Davies, die hem ooit in Rome in een muziekwinkel kocht terwijl hij op tournee was met de 'Temperance Seven', een Britse 20's stijl jazz/dance band. 

1

2

3

4

5

6

7

8a

8b

8c

1 - 2. Jazz-o-phone.  c.1926, messing, 'waarschijnlijk Duits'. Géén D.R.G.M. verwijzing. Vierde ventiel en de wah-wah bediend met hefboompjes. Verkocht in 2010 uit coll. Sid Glickman, New York VS

3. Jazzophon D.R.G.M. 995.305. Coll. Attilio Berni, Fiumicino, Italië,

4. Professional Jazzophon D.R.G.M. 995.305 messing, geveild bij Sotheby's in 1983

5. Jazzophon D.R.G.M 995.305. Coll. Robert Ullery, Virgina, VS, 

6. Jazzophon D.R.G.M 995.305 Coll. Museum Bad Säckingen, Duitsland,  A=455 hz (hoge engelse stemming)

7. Jazzophon D.R.G.M. 995.305 'Pfretzschner & Martin' ventielen genummerd 19, 20 en 21, en 9 (vierde ventiel) Coll. National Music Museum Vermillion, South Dakota VS

8a, b, c. Jazzophon D.R.G.M. 995.305 1920's. Hartenberger World Music Collection, Missouri, VS

Attilio Berni speelt hier een paar maten Whisper Not op een Jazzophon (7.31") uit zijn collectie.

De Normaphon

   Sopraan, alt en tenor-Normaphons, foto copyright Ines Ann Heber     

De eerder genoemde Normaphon, een saxofoonvormige trompet met één beker, is in dezelfde tijd als de Jazzophon uitgevonden door Richard Oskar Heber (1872-1938) uit Markneukirchen. Van 1900 tot 1935 produceerde hij koperinstrumenten onder het merk Norma, aan de Schützenstrasse 36 in Markneukirchen.

          

Richard Oskar Heber aan het werk                                                   Schützenstrasse 36 Markneukirchen foto's copyright Ines Ann Heber  

Richard Heber prees zijn Normaphon aan als erg geschikt voor 'Jazz-Band und sonstige Effekt-Kapellen'. Ze vonden hun weg via groothandelaren als C.A.Wunderlich in Siebenbrunn, R.O. Adler in Markneukirchen, C.G. Glier & Sohn in Markneukirchen, Ammon Gläser in Erlbach en M. J. Kalashen in New York. Ook de Gebrüder Schuster in Markneukirchen, 'Fabrik und Export von Musikinstrumenten und Saiten', hadden de Normaphon in hun Katalog Nr. 70, (ca. 1929).

De Normaphon had ook een D.R.G.M. registratie, nummer 945 751, op naam van Richard Heber, op 26 februari 1926 ingevoerd onder de naam 'metaalblaasinstrument'. Tussen ongeveer 1924 en 1930 zouden zo'n honderd Normaphons zijn gebouwd (al wijzen de nu bekende serienummers op een groter aantal). De tenor Normaphon zou het meest gebouwd zijn. De catalogus van C.G.Glier uit oktober 1926 meldt dat patent in binnen- én buitenland is aangevraagd, een andere catalogus meldt dat in Tsjecho-Slowakije patent is aangevraagd. Het instrument werd gemaakt als sopraan, alt, tenor, es-bas en besbas. Ook was een keuze tussen hoge (A=440 Hz) en lage stemming mogelijk. Max Adler uit Erlbach bood in catalogus nummer 25 ook nog de hoge Engelse stemming aan en daarnaast de Normaphon in C (sopraan) en in F (alt) voor dezelfde prijs. Adler prijst de Normaphon overigens aan als solo-instrument. De New Langwill Index schrijft het patent voor de Normaphon toe aan C.A. Wunderlich maar dat lijkt me een misinterpretatie. Wunderlich verkocht de Normaphons wel, met op het instrument een D.R.G.M.-verwijzing maar zonder het nummer van de registratie. Opmerkelijk: Wunderlich bood rond 1928 ook een sopraan-versie van de Normaphon met een echo-effect-ventiel aan, een (soort) Jazzophon dus.  Pieter Aafjes, dirigent van de Culemborgse harmonie Crescendo kreeg een alt Normaphon van C.A. Wunderlich op proef, met serienummer 0104. Via zijn opvolger Jac van Dillen en diens dochter Riet kwam hij bij mij terecht.

Normaphon, alt in Eb, oorspronkelijk vernikkeld, serienr. 0104. Op de beker: C.A. Wunderlich Siebenbrunn Vogtl. coll. Gerard Westerhof

In 1957 zong Nat King Cole in een van zijn shows 'Rosetta' samen met Billy Eckstine (8 juli 1914 – 8 maart 1993), waarbij Eckstine op een tenor Normaphon speelde(vanaf 2.12").

Ook William 'Hicky' Kelley (12 maart 1929, Cincinnati - 9 mei 1998 Cincinnati) speelde op twee platen van de Modern Jazz Disciples op een Normaphon, 'The modern jazz disciples' and 'Right down front' uit 1959 en 1960. Kelley speelt waarschijnlijk op een alt Normaphon.

William 'Hicky' Kelley    MJD, links: William Kelley

Kelley begon zijn muzikale carrière op trompet en pakte later de Normaphon op. De hoestekst bij het eerste album zegt dat Kelley het gebruik van de Normaphon en (op één track) het euphonium niet als nieuwigheid wil zien en geen behoefte heeft om een voortrekker voor hun toepassing in de jazz wil zijn.

Multi-instrumentalist Scott Robinson (April 27, 1959) uit Teaneck, New Jersey, speelde tenor Normaphon op zijn eerste LP Multiple Instruments uit 1984 en later met Hazmat Modine op hun CD Bahamut. En Eric Budd, multi instrumentalist uit Melbourne, Australië laat hier zijn tenor normaphon (serienummer 0164)  zien. Normaphons zijn verder onder meer te vinden in het National Music Museum van de University of South Dakota, de Edinburgh University Collection of Historic Musical Instruments, het MIM in Phoenix, het muziekinstrumentenmuseum van de Universiteit van Leipzig, het Trompetenmuseum in Bad Säckingen en in de collecties van Heikki Moisio en Han Savelkoel en Rick Schwartz.

1

2

3

4

5

6a, 6b

7

8

9

10

11

1. sopraan Normaphon D.R.G.M. Germany in 1998 verkocht via Butterfield & Butterfield

2. alt Normaphon, D.R.G.M. serienummer 0344, aangekocht in 2010 coll. Han Savelkoel, Nederland

3. alt Normaphon  serienummer 0441, coll. Heikki Moisio Turku, Finland

4. tenor Normaphon coll. NMM, Vermillion South Dakota VS, gekocht in 1977, on permanent display at the Meredith Willson Museum in Mason City, Iowa

5. tenor Normaphon D.R.G.M. serienummer 0315, coll. Edinburgh University, UK

6a. alt Normaphon, serienummer 150, coll. Scott Robinson, Teaneck New Jersey, VS

6b. tenor Normaphon, serienummer 350, coll. Scott Robinson, Teaneck New Jersey, VS

7. tenor Normaphon D.R.G.M. coll. MIM, Phoenix VS., tot 2011 Fiske Museum, Claremont, VS

8. tenor Normaphon, D.R.G.M. Germany, restauratie met nieuwe mondpijp in 2012 door Robb Stewart, coll. Rick Schwartz, VS

9. tenor Normaphon D.R.G.M.  C.A.Wunderlich  Siebenbrunn Vgtl.  serienummer 0196, coll. Museum  für Musikinstrumente der Universität Leipzig

10. tenor Normaphon serienumer 0238, coll. Tom Guralnick Albuquerque, VS

11. alt Normaphon, D.R.G.M.  C.A.Wunderlich  Siebenbrunn Vgtl.  serienummer 0104, coll. Gerard Westerhof, Nederland

Leopold Renz

 Normaphon in Bb, coll.: Muziekinstrumentenmuseum Markneukirchen

Leopold Renz, Instrumentenmacher, Berlin, N58 Gaudystr.14, maakte dit tenor-instrument met een lengte van in totaal 277 cm. Het is van verzilverd messing en het Muziekinstrumentenmuseum in Markneukirchen dateert het rond 1935. Günter Dullat, die het gebruikte voor de omslag van zijn boek Blasinstrumente, noemt het ook een Normaphon en stelt dat de Normaphon (deze Normaphon?) in de jaren twintig door Robert Schopper (1859-1938) in Leipzig is ontwikkeld. Renz is vanaf 1916 actief als instrumentenmaker en vanaf 1927 zelfstandig.

Het einde van de Jazzophon en de Normaphon

In de jaren '30 begon de neergang van de jazz in Duitsland. Ondanks de liberale houding van de Weimar-democratie was het publieke en private sentiment tegenover zwarten, waaronder Afrikaanse Amerikanen, ambivalent. In 1932 spraken alle conservatieve muzikanten en critici denigrerend over jazz als een product van de 'nigger' cultuur, wat de regering het handvat gaf om het inhuren van gekleurde muzikanten te verbieden.

Tentoonstellingsposter 1938

Voor de nazi's was jazz een bedreigende vorm van expressie. En de saxofoon was jazz. Het nazi-regime verbood de uitzending van jazz op de Duitse radio. Dat gebeurde vanwege de Afrikaanse wortels en omdat veel van de actieve jazzmuzikanten van joodse afkomst waren, en ook vanwege thema's als individualiteit en vrijheid in de muziek. De jazz-opleiding in Frankfurt werd door de nazi's in 1933 gesloten. Joseph Goebbels, de Duitse Rijksminister van Voorlichting en Propaganda, had vóór 1935 gehoopt het publiek te overtuigen via anti-jazz propaganda, in plaats van jazz te verbieden. Dat gebeurde in 1935 echter toch. In dat jaar verbood nazi-regering Duitse Joodse muzikanten om nog langer op te treden. Luisteren naar buitenlandse stations, die regelmatig jazz draaiden, werd bestraft vanaf 1939.

De saxofoon - als instrument zo sterk verbonden met de jazz - werd in Duitsland als hét anti-Duitse instrument gezien, stelt Günther Dullat in zijn boek over bijna vergeten blaasinstrumenten. Al betekende dat niet het einde van de saxofoonproductie in Duitsland. Zo verkocht C.A. Wunderlich in de jaren vlak voor de oorlog nog steeds saxofoons, nu met een swastika en een adelaar erop gegraveerd voor orkesten van de Duitse Luftwaffe. En in een catalogus van de firma Ernst Hess nachf. uit Klingenthal uit 1939 wordt op de laatste bladzijde nog steeds een Saxie, een klein saxofoonachtig instrument aangeboden want, 'hoe vaak willen kleine Heimatkapellen ed. niet graag een saxofoon hebben'. In diezelfde catalogus meldt Hess trots de nieuwe Herms-Niels-fanfaren te vervaardigen waarmee op de Reichsparteitag van 1938 Hitler lof is toegeblazen.

Uiteindelijk werden er maar weinig Jazzophons en Normaphons gebouwd. Ondanks de mooie namen werden ze al snel een flop en verdwenen ze na enkele jaren van de markt, om een begeerd verzamelobject te worden, constateert verzamelaar Ernst W. Buser. Van minstens 10 Jazzophons en evenveel Normaphons is bekend dat ze de tand des tijds hebben doorstaan.

Het is maar de vraag of de teruglopende populariteit van de jazz in Nazi-Duitsland de (enige) reden is dat Jazzophons geen groot succes werden. Het lijkt waarschijnlijker dat het mislukken van de Jazzophon te maken heeft met een gebrek aan vraag, al voordat de nazi's aan de macht kwamen. " It May Look Like a Musical Instrument, but It's Really an Edsel", schreef de New York Times in 2005, in een artikel waarin de Jazzophon figureerde tussen andere geflopte muziekinstrumenten. De Edsel is de Ford Edsel uit eind vijftiger jaren, hét voorbeeld van een commerciële mislukking. De wereldwijde crisis eind van de twintiger jaren zal ook niet geholpen hebben, de verkoopcijfers van saxofoons kregen daardoor wereldwijd een klap. Van 1929 tot 1932 liep de Duitse export van muziekinstrumenten terug van 100,52 naar 22,66 miljoen Rijksmark, tot minder dan een kwart van de omzet in de 'gouden twintiger jaren'. En tenslotte is hij ook gewoon lastig te bespelen......

Andere saxofoonvormige trompetten

 

  Saxvormige trompet, maker onbekend

Dit instrument, in 2005 op Ebay te koop aangeboden, zou zijn gemaakt rond 1955 in Klingenthal, ongeveer 5 km van Graslitz aan de Duitse kant van de grens.

Trompet in F, coll. Trompetenmuseum, Bad Säckingen

Het Trompetenmuseum heeft een trompet in laag F in saxofoonvorm, uit Duitsland of Oostenrijk rond 1925.

Draaiventieltrompet

Links: trompet met draaiventielen, coll. Diether Grosche, Düsseldorf, Duitsland                    rechts: idem, coll. Trompetenmuseum Bad Säckingen

Een saxofoonvormige trompet is in het bezit van Diether Grosche. Het instrument heeft draaiventielen en is waarschijnlijk Duits. Het Trompetenmuseum in Bad Säckingen heeft ook een saxofoonvormige trompet met draaiventielen in Bb. De katalogus meldt: "Anoniem. Duitsland, late twintiger of dertiger jaren. Verwant aan maar niet hetzelfde als de Normaphon." De draaiventielen worden hier van boven bediend in plaats van zijdelings.

Keilwerth

Keilwerth Toneking 3000 serienummer 27963

Na de Tweede Wereldoorlog bouwde instrumentenmaker Julius Keilwerth in Nauheim een saxofoonvormige trompet met één beker, de Toneking 3000. Keilwerth bouwde trompetten tussen 1955 en 1980. Hij kwam uit Graslitz maar ook hij trok na de oorlog naar Duitsland. Volgens Gerhard Julius Keilwerth, kleinzoon van Julius, die het instrument ontwierp, werden ze gebouwd tussen 1982 en 1986. Het preciese aantal is niet bekend maar het waren er niet meer dan 100. Het Trompetenmuseum in Bad Säckingen heeft eenzelfde trompet met serienummer 312600.

Gary Anderson speelde in februari 2010 op een Keilwerth Toneking 3000 (vanaf 2.16").

DEG

In jaren tachtig bouwde ook DEG een saxtrompet. DEG werd opgericht in 1965 in Lake Geneva, Wisconsin VS, door Donald E. Getzen nadat hij zich afscheidde van het familiebedrijf Getzen in het Amerikaanse Elkhorn.

DEG saxofoonvormige trompet. Links: voorheen coll. Eric Totman, Californie;  midden: coll. HWMC serienr C2276,  rechts: coll. Band Museum, Pine Bluff Arkansas VS

In 1994 speelde trompettist Nargo van het Tokyo Ska Paradise Orchestra zo te zien op een DEG-trompet in Gold Rush, hier live bij NHK TV (vanaf 0.40' en vanaf 2.29')

Andy Taylor en Eddie Veit

                

Jazzophone van Andy Taylor                          een flugel-saxtrompet van Taylor            saxtrompet van en met Eddie Veit                  trompet van Peter Rieblinger

De Britse instrumentenmaker Andy Taylor bouwde een saxofoonvormige trompet, en noemde hem Jazzophone. Ook maakte hij een op de flugelhoorn gebaseerde saxtrompet. Een enkel exemplaar, zonder de intentie hem op de markt te brengen. "We bouwden deze omdat het in geen jaren was gedaan en omdat het leuk was om te doen. Hij wordt vooral gebruikt op beurzen en als conversation piece." De flugel was aanzienlijk beter bespeelbaar, zegt Taylor, omdat hij beter voor de lippen te houden is.  

Duitse instrumentenmaker Eddie Veit maakte ook een saxvormige trompet evenals Peter Rieblinger uit Tandern.

Jupiter

In de jaren negentig bouwde Jupiter in Taiwan de Excite. Naast de trompet versie, de R77L, was er een trombone in F met een extra ventiel, the VL33L.

 

Trompettist Eric Miyashiro uit Tokyo liet een saxofoonvormige trompet met een dubbele set ventielen bouwen die waarschijnlijk op de Jupiter Exite is gebaseerd. Een van de voordelen is dat de bovenste set ventielen gebruikt kan worden om te transponeren.

Thouard

         

Het muziekinstrumenten museum in Thouard in Frankrijk bezit een saxofoonvormige trompet, waarschijnlijk in Bb. Het instrument heeft geen enkele gravering, meldt Claude Senes.

Project-trompetten

      Dubbele beker trompet door Sean Mason

Sean Mason uit Factoryville, Pennsylvania, maakte deze dubbele-bekertrompet als afsluitend project op het Renton Technical College. Hij maakte hem van Yamaha trompetonderdelen en een draaiventiel van een G bugel. Een van de bekers kan gestemd worden zodat de beide bekers met elkaar stemmen. Hier speelt Sean op zijn instrument.

De Saxy trompet gebouwd door Doug Teeter uit Fresno, California, met een ventielblok en beker van een oude Bundy, bore size .460, en een greep voor de linkerhand om genoeg druk op het mondstuk te kunnen krijgen. Te koop op Ebay in oktober 2011.

Andere trompetten met een dubbele beker

Shew-Horn, Kanstul Gemini en Jason Harrelson

                  

Bobby Shew op de Shew-Horn                                 Herb Alpert op de Gemini van Kanstul                             Herb Smith op Jason Harrelson

Dave Monette zou de dubbele-bekertrompet hebben gemaakt voor trompettist Bobby Shew (1941, Albuquerque, New Mexico). Hij noemde hem Shew-Horn met het advies: 'probeer een beetje meer aan je klank te denken'. Shew speelde 'Stompin at the Savoy' op zijn Shew-Horn, voor het BBC-programma 'Pebble Mill at One' in Birmingham, ergens in de tachtiger jaren.

Zig Kanstul in Anaheim, Californie, VS ontwierp de 'Gemini' met dubbele beker samen met Herb Alpert. Een draaiventiel verdeelt de lucht tussen de twee bekers. In 2008 speelde Herb Alpert 'It’s only a paper moon' op deze trumpet, in Oakland, Californië VS.

Trompettist Herb Smith speelde op de International Trumpet Guild conference 2009 in Harrisburg, PA, VS op een Jason Harrelson dubbele-bekertrompet, de Harrelson Medusa. Jason Harrelson zelf laat hem hier zien.

Thein

Max Thein in Bremen ontwierp de dubbele bekertrompet waarop Matthias Höfs 'Eine Spanische Weihnacht' speelt, samen met het Berliner Symphoniker.

Billy Brooks

           Billy Brooks   Calicchio

Trompettist Julius Edward (Billy) Brooks (1923, Mobile, Alabama - 2003, Amsterdam) speelde regelmatig op zijn dubbele-beker trompet, de Skoonum-horn. Hij had er sinds 1965 patent op in Nederland en Engeland en kreeg in 1970 ook patent in de VS. Hij droomde van een fabriekje om er een verkoopsucces van te maken. Dat kwam er echter nooit. Dominic Calicchio maakte in 1973/74 de Skoonum trompet uit de HWM-collectie in zijn werkplaats in Hollywood, met een koperen bovenbeker.

Marco Blaauw

    

Een door Marco Blaauw ontworpen dubbele-bekertrompet in C, in 2000 gebouwd door Dieter Gärtner van de firma Gärtner und Thul in Düren, Duitsland. De trompet heeft de drie standaardventielen en een vierde en vijfde ventiel. Met het vierde ventiel kunnen kwartnoten gespeeld worden over het hele bereik van de trompet. Het vijfde ventiel is om te wisselen tussen de beide bekers, die elk van iets andere materiaal zijn gemaakt. Hij speelde er onder meer het speciaal voor hem gecomponeerde 'Snatches of a Conversation' van Peter Eötvös mee, een stuk waarin snel tussen verschillende dempers moet worden gewisseld. Hier vertelt Marco meer over de geschiedenis van zijn trompet.

Blaauw liet nog een tweede - blauwe - trompet bouwen die het ook mogelijk maakt de beker naar achteren te richten.

Yamaha

 Brandon Ridenour demonstreert de Yamaha dubbele-bekertrompet

Op verzoek van Canadian Brass trompettist Brandon Ridenour maakte in 2010 ook Wayne Tanabe van Yamaha een dubbele-bekertrompet met een extra ventiel voor kwartnoten. Ridenour had hem nodig voor een uitvoering van 'Snatches of a Conversation' met het Los Angeles Philharmonic New Music Ensemble. Het instrument is gemaakt van het ventielhuis van een Yamaha piccolo trumpet (YTR-9835), een mondpijp van een YTR-9636 Eb trompet, bekers van een Artist Model C trompet en een rotor van een franse hoorn. Ridenour had het stuk eerder gespeeld op de mutantrumpet van Ben Neill.

Erik Miyashiro

  double bell-pocket trompet ('baby Shew') van Eric Miyashiro     

Eric Miyashiro, ook Yamaha artiest, bespeelt een pockettrompet met dubbele beker, op de foto tijdens de Maynard Ferguson Tribute, 30 september - 3 oktober 3, 2004 in Los Angeles. Hier bespeelt hij hem tijdens een concert Wayne Bergeron op het Los Angeles Jazz Institute (vanaf 2.41"). Het instrument is voor hem gemaakt door Koichi Haido, ooit Yamaha-medewerker en nu actief voor Jupiter, op basis van een Jupiter pocket trompet met Yamaha trompetonderdelen.

Miyashiro liet Koichi Haido ook een trompet met drie bekers maken. Die trompet, Medusa genaamd, is gemaakt van een Yamaha YTR-932 (oorspronkelijk een tuning-bell trompet) met toegevoegde Jupiter beker.

Medusa van Miyashiro

Ben Neill

de mutantrumpet

De mutantrumpet is ontworpen door Ben Neill en is een electro-akoestische trompet met drie bekers. De mutantrumpet is doorontwikkeld sinds midden jaren tachtig toen Neill samenwerkte met synthesizerpionier Robert Moog bij het ontwerp van zijn eerste electronische interface. In 1992 maakte Neill het instrument helemaal computer-interactief. De nieuwe mutantrumpet kent 8 continue MIDI controllers en 8 schakel MIDI controllers naast de akoestische beheersing van toon en volume van het natuurlijke instrumentgeluid.

Echo-cornet

       

Echo-cornet door Adalbert Riedl, coll. Irving Bush                                         Echo-cornet door Jérome Thibouville Lamy, 1890, coll. Denis Balande

   Echo trompet Carl Schäfer Hannover ca 1900, coll. Musikinstrumenten Museum Berlin

De echo-cornet was een populair instrument in de negentiende eeuw. De echoboog werd uitgevonden door de Keulse instrumentenbouwer Friedrich Adolf Schmidt en in 1859 gepatenteerd. Een vierde ventiel laat de lucht door de echoboog gaan die als demper werkt. Voor 1900 werd hij gebruikt in salonmuziek in Duitsland, Frankrijk en Engeland, door solisten die er ingenieuze stukken met echo-effecten mee speelden. In de twintiger jaren werden ze nauwelijks meer verkocht door de veranderde smaak en de opkomende jazztrompet. Tegenwoordig komen er goedkope versies uit India.

Trompettist Crispian Steele-Perkins speelt hier op een echocornet.

Z.A. Meredith

Een interessante cornet met twee bekers is gemaakt door Z. Albert Meredith uit Elkhart, de two bell cornet.

Meredith two bell cornet ca. 1901 coll. Nick Decarlis VS

Anders dan bij de echo-cornet en de Jazzophon, waar de tweede beker een ander geluid geeft, is hier het doel van de onderste beker dat het in plaats komt van de tweede-ventielbuis. Bij elke ventielcombinatie die gebruik maakt van het tweede ventiel komt het (zelfde) geluid uit de onderste beker. Meredith wilde een instrument maken zonder scherpe bochten, dat met minder inspanning zou zijn te bespelen door de geringere luchtweerstand, en daardoor meer volume, een meer dragende toon en een betere toonkwaliteit zou geven.

De patent aanvraag werd ingediend op 19 januari 1901 en toegekend in 1906, en zou ook op andere instrumenten toepasbaar zijn. Nick Decarlis, de eigenaar van deze cornet, zegt: "Naar mijn mening was dit een heel ingewikkelde oplosing voor een niet bestaand probleem!"

Gautrot-Marquet

In november 2011 werd op Ebay dit instrument van Gautrot-Marquet vanuit Uruguay aangeboden. Een combinatie van een trompet met een flugelhoorn (?) met een dubbele beker waarbij de ene beker ín de andere zit en een vierde ventiel schakelt tussen beide. De buitenbeker heeft een omtrek van 18 centimeter en het instrument heeft een lengte van 43 centimeter (zonder leadpipe). Op de beker het opschrift 'Gautrot-Marquet Breveté s.g.d.g. Paris' (breveté s.g.d.g. betekent: een patent sans garantie du gouvernement). Gautrot was een Franse instrumentenmaker en uitvinder uit de tweede helft van de 19e eeuw.

 

Gautrot-Marquet

Flugel-cornet combinaties

                 

Uit 1890 dateert een flugelhoorn/cornet combinatie van de Italiaanse instrumentenmaker en uitvinder Guiseppe Pelitti in Milaan uit de collectie van het Metropolitan Museum of Art in New York. Het instrument heeft draaiventielen en staat in C. Ook uit Milaan maar waarschijnlijk van iets latere datum (ca. 1919) is een flugel/cornet-combinatie van D(ante) Rancilio, in de HWMC- collectie

Berkeley

            

Een door dr. Lee ontworpen goedkope Chinese dubbele beker trompet van BerkeleyWind. Met een draaiventiel kan worden gewisseld tussen de 'normale' en de kleine beker. Als het geluid door de kleine beker gaat klinkt het instrument als een piccolo trompet. Als de kleine beker wordt vervangen door een buis blijft er een trompet met een enkele beker over. Met het draaiventiel kan nu worden gewisseld dus Bb en F stemming. Hij wordt hier gedemonstreerd.

Project-trompetten

Trompet met dubbele beker door Tim Brown, Galesburg Illinois, VS  Projecttrompet door P. van Asselt, Delft

De beker rechts (met demper) van de project-trompet van Tim Brown uit Galeburg, Illinois, VS, is van de originele Holton Collegiate trompet. Voor de linkerbeker gebruikte Brown er een van een 'Temple' trumpet. 'Temple' was de naam van een muziekwinkel aan de oostkust van de VS, jaren geleden. P. van Asselt uit Delft bouwde zijn project-trompet van een Amati en een Yamaha.

Een dubbele-bekertrompet gemaakt in 2006 door Michael del Quadro van Del Quadro Custom Trumpets in Wichita, USA voor Pat Shaner. Een draaiventiel zorgt voor het wisselen tussen de twee bekers. Del Quadro gebruikte een Olds Ambassador ventielblok en een Pilczuk leadpipe.

Robb Stewart in Arcadia, California, maakte de afgelopen decennia een drietal dubbele beker trompetten. De toelichting vind je hier.

Een flugelhoornspeler uit het Duitse Donauwörth liet een Benge trompetbeker monteren aan een Melton Egerländer flugelhoorn uit de 70-er jaren. Daarmee kan snel gewisseld worden tussen de klank van een flugelhoorn en een trompet.

En dan is er nog het stereo trompetmondstuk dat David Monette op 1 april 2010 presenteerde, hier bespeeld.

Andere saxofoonvormige instrumenten

Jazzophon

De naam Jazzophon is ook gebruikt voor andere saxofoonvormige instrumenten. Voor de Tweede Wereldoorlog maakte de Duitse firma C.A. Lux in Ruhla (Thüringen, Duitsland) een 20 centimeter grote kazoo van blik met de naam Jazzophon. Het geluid komt van een vibrerend membraan. Ook hun product heeft een D.G.R.M. registratie, van 18 augustus 1932. Max Adler verkocht ze voor 8,50 RM, ruim 2 dollar in die tijd. De Britse saxaphone is een vrijwel identiek instrument uit dezelfde tijd. Een catalogus van Dunger laat een Jazzophon met aan beide zijden een membraan zien.

             

Jazzophon Calura D.G.R.M. coll. Gerard Westerhof                                                  Saxaphone, Britse kazoo, ca 1930, coll. Pete Thomas        Saxaphone

Eenzelfde kazoo maar dan met een riet/tong in plaats van een membraan werd verkocht onder de naam Luxophon en Sirenophon. Beide uit Duitsland. De Luxophon heeft ook een D.R.G.M registratie, mogelijk het instrument dat door C.A. Lux op 30 augustus 1926 als 'Saxophon-ähnliches Blasinstrument' werd geregistreerd. Uit dezelfde tijd moet de eenmansband dateren, 'made in Germany' met ook een D.R.G.M. registratie. Met een touwtje worden trommel en bekken bediend. het 15 cm grote speelgoed zou afkomstig zijn van de firma Distler uit Nürnberg.

   Sirenophon   Luxophon, coll. Gerard Westerhof        Distler

Op 13 oktober 1929 namen de Bubbling Over Five het nummer Get up off that Jazzophone op tijdens sessies in Richmond, Virginia, voor de Okeh Record Company met James Simons ("Blues Birdhead") op mondharmonica, die als jazzophone werd betiteld.

Adler verkocht ook de Saxoharmonika, een mondharmonica in de vorm van een saxofoon.

 

La Traviata, made in Germany, geregistreerd onder nummer 264852, Ebay november 2010

 

Max Hohner bracht de Hohner Sax op de markt, ook een harmonica in de vorm van een saxofoon met klepjes.

Zobo en Songophone

Zobo saxofoon, coll.Gerard Westerhof        Songophone saxofoon, zonder mondstuk, coll. Gerard Westerhof

De Zobo saxofoon dateert al van het eind van de 19e eeuw. Onder de naam Zobo werd rond 1895 een hele serie koperen kazoo's op de markt gebracht door W.H. Frost in New York. Op 7 januari 1896 kreeg hij er patent op. Behalve een saxofoon- was er ook een cornet-, een trombone- en een tuba-model. Een set van 4 kostte $8,25 en maakte muziek maken betaalbaar. Enkele jaren later, in 1900, kreeg Louis Crakow patent op de Songophone, een sterk vergelijkbaar instrument. Crakow had eerder met Frost in Zobo's gehandeld. De Songophone werd ook onder de naam Sonophone verhandeld.

Couesnon Saxie en Couesnophone           

   coll. wijlen David Rycroft     ca. 1924 coll. Pete Thomas    vm. coll. Sid Glickman

De Saxie is een gebogen koperen buis van 62 centimeter met een riet-mondstuk, uitgevonden door Frederick B. Hammann uit Baltimore, Maryland in de VS. De Saxie heeft een F# en een oktaafklep. Het VS-patent dateert van 3 juni 1924. Het patent moet snel zijn gekocht door Couesnon & Cie in Parijs, zij maakten de vier nu nog bekende saxies. Het instrument werd aanbevolen aan de groeiende kring van saxofoonliefhebbers als "het kleine broertje van de saxofoon, makkelijker te spelen en onder de knie te  krijgen." Ook dit was een interessant experiment maar geen commercieel succes.

Couesnophone

 

Couesnon maakte ook de Couesnophone, gepatenteerd in Frankrijk in 1924 (nummer 569294). Het wordt beschreven als een saxofoon speelgoed. In het engels stond het bekend onder de naam goofus. Het lijkt op een saxofoon maar was een instrument met tongen die werden bediend door pistons. Die zijn geordend als de toetsen van een piano, één rij geeft de toonladder van C, daartussen de mollen en de kruizen. Al was het als speelgoed ontworpen, hij werd ook bespeeld door vroege jazzmusici als Adrian Rollini.

Couesnon maakte ook een saxofoonvormige bugel, zonder riet of pistons. Het instrument heeft een trompetachtig mondstuk en is 77 cm hoog met een beker van 12 cm doorsnee. 

Coueson sax shaped bugle     coll. Frans Mich, Neerpelt, Belgium

In de ananas onder de merknaam staat het cijfer 27, volgens sommige bronnen geeft dit het productiejaar aan, 1927 in dit geval en dat zou niet onlogisch zijn.

Saxonette en Saxello

  Saxonette                          H.N. White Saxello

De saxonette, ook wel de Franse klarinet, in C, A of Bb gestemd, heeft de vorm van een saxofoon maar de cylindrische boring van een klarinet. Ze werden voor het eerst gemaakt door Buescher Band Instrument Company tussen 1918 en 1921.

De Saxello is een sopraansaxofoon met een gebogen hals en beker, gebouwd door H.N.White. Het instrument kwam op de markt in 1924-1925, het patent dateert van 1926. Als gevolg van de economische crisis stopte de productie in de dertiger jaren. Tegenwoordig worden weer saxello's geproduceerd, onder meer door Rampone.

Sax-nietphone

Sax-nietphone   Omgebouwde King bariton

Paul van Bebber, oud-werknemer van Schenkelaars muziekinstrumentenfabriek in Eindhoven, bouwde rond 2003 de Sax-nietphone voor George Glandorf uit Schellinkhout van allerlei losse onderdelen. "Stemmend krijgen was nog het moeilijkste", zegt George. Hier bespeelt hij hem in zijn Nuts and Notes act bij een optreden in Hengelo (Ov) in 2009.  Rechts een saxofoonvormig instrument in 2011 door Ian Church uit Seattle gemaakt van een oude King 1165 bariton.

Sax-o-tuba

Tim Sullivan met de Sax-o-tuba   Oren Marshall speelt op de Orenophone

Een recente ontwikkeling is de tuba in saxofoonvorm. Links de Lusophone, gebouwd in 2010 door Harvey Hartman uit Boyertown (PA) en Tim Sullivan uit Lausanne. Hij is gemaakt van een King 2341 Bb tuba die tot een C-tuba is versneden. Hij wordt bespeeld door tubaïst Sergio Carolino uit Portugal.

Mike Johnson uit het VK bouwde de Orenophone (rechts) voor tubaist Oren Marshall. Marshall speelt hier Bach's Badinerie uit de Orkest suite No 2 in B mineur.

Ian Church met de Jazzophone     Afgewerkt met Rustoleum High Gloss verf

Ian Church uit Seattle en Harvey Hartman bouwden in 2011 deze Jazzophone van een King 1140 marching tuba. Een 19-inch beker, .687-inch boring en vier ventielen. Hij weegt bijna 12 kilo en is 1.83 meter hoog. In oktober was ie te  koop, voor $3100.

Andere instrumenten met een dubbele beker

Het meest bekende dubbele-beker instrument is waarschijnlijk de double-bell euphonium, waarbij de ene beker een euphoniumgeluid geeft en de andere een trombonesound. Een variant is de Doublophone (later Doblophone), gebaseerd op Besson's Prototype euphonium. Anders dan bij de double-bell euphonium zit het verdeelventiel hier in de mondpijp, voor de andere ventielen.

                    

C.G Conn double-bell euphonium, 1936, coll. MM of Art              Holton double-bell euphonium, coll. Gerard Westerhof              Besson Doublophone Bb 1890 (Ebay 2012)

In een van zijn videoblogs demonstreert Steve Dillon de double bell euphonium en ook de echo hoorn van Conn hieronder. De Universiteit van Edinburgh heeft een duoble bell instrument in F/Eb van Pelitti uit Milaan, met een saxhoornbeker en een trompet/trombonebeker.

Echo-horn C. G. Conn, ca. 1897. Arne B. Larson CollectionDuplex hoorn Pelitti Milano coll. Edinburg University

Tubaist Jim Self uit Los Angeles heeft een dubbele beker tuba in F. Deze Yamaha 621 S tuba heeft vier ventielen en een draaiventiel en een tweede althoornbeker die in de vierde buis gaat. Zijn collega Tommy Johnson speelde op een Mirafone 184 met zes ventielen en een contrabasstrombone beker. En dan is er de Bellophone, door H.N White Co rond 1931 gemaakt voor tubaist William Bell en daarna in bezit van Eli Newberger. Een tuba en bariton ineen, met één ventielblok en twee mondpijpen, door twee personen te bespelen. Hoewel Bell hem demonstreert in de H.N. White catalogus van 1932 is er waarschijnlijk slechts 1 gebouwd.

                           

Yamaha 621 S, coll. Jim Self                                Tommy Johnson met Mirafone 184                                 King double bell Bbb bas en bariton, "Bellophone"

Dick Martz beschrijft op zijn website een enkele Bb hoorn met vier (of misschien vijf) ventielen van Ed Kruspe uit Erfurt, gebouwd vóór 1918 , die is uitgebreid met twee extra bekers, een kleine die naar voren wijst en een 'echo'-beker.

    

Dubbele beker hoorn, coll. Kendal Betts, New Hampshire

De Amerikaanse hoorniste Christine Chapman, levend in Duitsland, liet instrumentmaker Gottfried Büchel in Bonn  een hoorn met een dubbele beker maken. Ze legt uit waarom en hoe ie werkt.

Dan is er nog de Schediphon, een uitvinding van Josef Josefovich Schediwa, hier beschreven door Phil Holcomb. Verkrijgbaar in alt, tenor en bas (helicon).

             

Schediphon, coll. Ron Fabec, Sarasota Florida                              Bas schediphon, Bohland und Fuchs, Graslitz, coll.: České muzeum hudby

Bronnen

Ernst W. Buser, Für immer verklungen, Jazzophon und Normaphon, in Fox auf 78. 4, 66. 1987

Günter Dullat, Fast vergessene Blasinstrumente aus zwei Jahrhunderten: vom Albisiphon zur Zugtrompete, Nauheim, 1992.

Bernhard Habla, Das heutige Image des Saxophons unter besonderer Berücksichtigung bildlicher Darstellungen in der Werbung, in: Clarino 1996/2,

David Rycroft, A Six-Finger Hole Saxophone: The Saxie, in The Galpin Society Journal 52, April. 1999

Dr. Enrico Weller, Der deutsche und vogtländische Musikinstrumentenbau in den Jahren der Weltwirtschaftskrise, Vortrag 23-06-2009

John Robert Brown, A View of the C. The Fall and Rise of the C-melody Saxophone.

www.normaphon.com

www.return2style.de/homepage.htm

http://de.wikipedia.org/wiki/Jazz_in_Deutschland

http://de.wikipedia.org/wiki/Musikwinkel

Contact

Hebt u meer informatie over Jazzophons, Normaphons of andere saxofoonvormige of dubbele beker trompetten, mail mij

Links

www.rugs-n-relics.com/Brass/Brasslinks.html

www.hjmbrasscollection.com

www.horncollector.com

www.museum-markneukirchen.de

www.trompetenmuseum.de

www.hwmconline.com

www.schlaggitarren.de

www.musicaviva.com

www.brasstacks.de

bassic-sax.ca/version5/vintage-saxes/sax-shaped-things

www.kwintetgoedkoper.nl

Keilwerth koperinstrumenten

Arigra, Exakta en andere achtkantige trompetten